Hoofdtekst
VERHALEN UIT HET HULSTERLAND.
"Nou meneer, zet je er maar eens even goed voor, want ik ben nu echt blij, dat ik er eens iemand over kan vertellen, die er zoveel belang in stelt", zo begint Jo de Rechter, die op "het Jagertje" woont, een gehucht op 20 minuten afstand van de oude veste Hulst.
WITTE WIJVEN.
Het was nog iets voor het jaar 1900. Het vervoer van reizigers die uit "H olland" met de boot Hansweert-Walsoorden overstaken met bestemming Hulst, vonden vanaf Walsoorden een Postwagen gereed staan, die hen naar het oude stadje vervoerde.
Een zekere Hein vandenBranden, een oom van mij van moeders zijde, was o.m. koetsier op deze wagen. Ook reed hij veel in het Land van Hulst rond met reizigers die bij de Ouwe heer Brand in het "Hotel Brand" logeerden. U moet wel bedenken, dat er toen nog geen andere verbindingen waren dan paard en wagen!
't Was dan in het najaar, een vochtige mistige avond, dat Oom Hein weer dienst deed op de Postwagen van Walsoorden. Toen ze bij Terhole aankwamen en ze nog een 4 KM langs bochtige binnenwegen en over dijken naar Hulst moesten rijden - die nieuwe grote weg van nu was er nog niet - en ze daar een moeilijk en laag gedeelte passeren moesten, deed er zich iets heel vreemds voor. Oom Hein, die op de bok zat en voor zijn vierspan een lange zweep met aan het uiteinde nog een stukje ijzerdraad hanteerde, zag zijn wagen plotseling omringd door een grote troep dansende witte gedaanten, die als het ware schenen te zweven. Het leek hem of ze witte sluiers om het hoofd hadden. Geluid werd niet vernomen. Hij probeerde door roepen en met gebruikmaking van de zweep de paarden aan het draven te krijgen, maar slechts stapvoets konden de dieren vooruit komen. De reizigers in de wagen zaten te sidderen en te beven (althans volgens oom Hein!). Opnieuw ranselt hij de paarden en slaat hij ook met de zweep tussen de dansende gedaanten, tot het hem eindelijk gelukt ze voor te komen, maar dan is hij al vlak bij Hulst, waar hij tot zijn grote opluchting de beschermende poort onderdoor rijdt.
Erg geschrokken en erg ontdaan over deze schrikkelijke ontmoeting, die blijkbaar enig in zijn soort is geweest, want niemand heeft na hem ooit daarover nog iets gehoord of gezien.
"Nou meneer, zet je er maar eens even goed voor, want ik ben nu echt blij, dat ik er eens iemand over kan vertellen, die er zoveel belang in stelt", zo begint Jo de Rechter, die op "het Jagertje" woont, een gehucht op 20 minuten afstand van de oude veste Hulst.
WITTE WIJVEN.
Het was nog iets voor het jaar 1900. Het vervoer van reizigers die uit "H olland" met de boot Hansweert-Walsoorden overstaken met bestemming Hulst, vonden vanaf Walsoorden een Postwagen gereed staan, die hen naar het oude stadje vervoerde.
Een zekere Hein vandenBranden, een oom van mij van moeders zijde, was o.m. koetsier op deze wagen. Ook reed hij veel in het Land van Hulst rond met reizigers die bij de Ouwe heer Brand in het "Hotel Brand" logeerden. U moet wel bedenken, dat er toen nog geen andere verbindingen waren dan paard en wagen!
't Was dan in het najaar, een vochtige mistige avond, dat Oom Hein weer dienst deed op de Postwagen van Walsoorden. Toen ze bij Terhole aankwamen en ze nog een 4 KM langs bochtige binnenwegen en over dijken naar Hulst moesten rijden - die nieuwe grote weg van nu was er nog niet - en ze daar een moeilijk en laag gedeelte passeren moesten, deed er zich iets heel vreemds voor. Oom Hein, die op de bok zat en voor zijn vierspan een lange zweep met aan het uiteinde nog een stukje ijzerdraad hanteerde, zag zijn wagen plotseling omringd door een grote troep dansende witte gedaanten, die als het ware schenen te zweven. Het leek hem of ze witte sluiers om het hoofd hadden. Geluid werd niet vernomen. Hij probeerde door roepen en met gebruikmaking van de zweep de paarden aan het draven te krijgen, maar slechts stapvoets konden de dieren vooruit komen. De reizigers in de wagen zaten te sidderen en te beven (althans volgens oom Hein!). Opnieuw ranselt hij de paarden en slaat hij ook met de zweep tussen de dansende gedaanten, tot het hem eindelijk gelukt ze voor te komen, maar dan is hij al vlak bij Hulst, waar hij tot zijn grote opluchting de beschermende poort onderdoor rijdt.
Erg geschrokken en erg ontdaan over deze schrikkelijke ontmoeting, die blijkbaar enig in zijn soort is geweest, want niemand heeft na hem ooit daarover nog iets gehoord of gezien.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
SINSAG 0310 - Andere Erscheinungen von Weissen Frauen
  
Beschrijving
Verschijnen van dansende witte gedaanten, paarden kunnen bijna niet vooruit komen.
Bron
Collectie De Vries, verslag 5, verhaal 5 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
Hein van den Branden   
Naam Locatie in Tekst
Terhole   
Hulst   
Plaats van Handelen
Terhole   
