Hoofdtekst
VUURBOLLEN II
"Het verhaal van schipper vandenBroeck, U weet hoe dat gaat op een dorp, meneer, was al gauw bij ieder bekend. De een sloeg er geloof aan, de ander weinig of niets en zo werd dan na een jaar eigenlijk over deze geschiedenis vrijwel niet meer gesproken.
Helemaal vergeten was ze nu ook weer niet!
Wederom, op een late herfstavond, liepen langs de slechte steenweg naar de "Achterste Kauter", dat is de kant van Clinge uit, twee mensen, man en vrouw, die van een avondbezoek bij vrienden terugkeerden.
Aan het eind van de bebouwde kom gekomen, waar nog wat verspreide kleine huisjes stonden, de tuintjes meest omheind met hoge heggen, hadden ze moeite, zich tegen de stormachtige Zuidwestenwind met nu en dan een felle regenvlaag voort te bewegen.
Vóór hen uit loopt, naar het schijnt een oud vrouwke, die evenals zijzelven maar moeilijk voortgaat. Ze halen haar in en onder het voorbijgaan zeggen ze beiden, man en vrouw "goedenavond". Maar ze krijgen geen antwoord, wat hen zeer verwonderd, want in deze streek blijft een dergelijke groet niet onbeantwoord!
Het echtpaar loopt verder, maar bedenk: het is nog maar een jaar geleden dat vandenBroeck zo 'n vreselijke ontmoeting heeft gehad!
En hoewel enigszins verontrust, keren ze op hun schreden terug, passeren de oude vrouw, die een lange zwarte mantel draagt en haar hoofd heeft verborgen in een soort van huik. Ze zijn niet heel ver verwijderd van de laatste olielantaarn op het dorp en willen wel eens zien, wie die vrouw wel kan zijn. Weer zeggen beiden "goeien avond", maar weer blijft dit onbeantwoord.
Daarop vat de man moed en zegt: "Hé, vrouwken, hoort eens, waar moet ge zo laat nog naar toe, wie bende gij eigenlijk?
En omdat ze menen, dat het vrouwke geen goede bedoelingen heeft, of misschien op sukkel is, trekt de man haar de huik van over het hoofd.
En ongelooflijk, maar nu doet zich een herhaling voor, gelijk aan het voorval met vandenBroeck en onder een vreselijke klap spat een bol vuur uiteen, die beide, man en vrouw zodanig angst aanjaagt, dat ze een tijdje als bedwelmd op den grond blijven liggen.
Wanneer beide weer op de been komen en sidderend van angst hun huisken, dat vrij kortbij staat, binnentreden, weten ook zij, dat ze een "duivelse ontmoeting" hebben beleefd.
De man is de schrik vrij spoedig te boven gekomen; de vrouw echter heeft niet lang meer geleefd. Oudere mensen wisten later te vertellen dat de vrouw geheel is "uitgeteerd" en binnen het jaar is overleden!
Onnodig nog te zeggen dat na de uiteenspatting van de vuurbol ook hier "de figuur" van het oude vrouwtje niet meer werd teruggezien!
Sedertdien heeft zich bij mijn weten nimmer meer iets dergelijks in ons dorp voorgedaan.
"Het verhaal van schipper vandenBroeck, U weet hoe dat gaat op een dorp, meneer, was al gauw bij ieder bekend. De een sloeg er geloof aan, de ander weinig of niets en zo werd dan na een jaar eigenlijk over deze geschiedenis vrijwel niet meer gesproken.
Helemaal vergeten was ze nu ook weer niet!
Wederom, op een late herfstavond, liepen langs de slechte steenweg naar de "Achterste Kauter", dat is de kant van Clinge uit, twee mensen, man en vrouw, die van een avondbezoek bij vrienden terugkeerden.
Aan het eind van de bebouwde kom gekomen, waar nog wat verspreide kleine huisjes stonden, de tuintjes meest omheind met hoge heggen, hadden ze moeite, zich tegen de stormachtige Zuidwestenwind met nu en dan een felle regenvlaag voort te bewegen.
Vóór hen uit loopt, naar het schijnt een oud vrouwke, die evenals zijzelven maar moeilijk voortgaat. Ze halen haar in en onder het voorbijgaan zeggen ze beiden, man en vrouw "goedenavond". Maar ze krijgen geen antwoord, wat hen zeer verwonderd, want in deze streek blijft een dergelijke groet niet onbeantwoord!
Het echtpaar loopt verder, maar bedenk: het is nog maar een jaar geleden dat vandenBroeck zo 'n vreselijke ontmoeting heeft gehad!
En hoewel enigszins verontrust, keren ze op hun schreden terug, passeren de oude vrouw, die een lange zwarte mantel draagt en haar hoofd heeft verborgen in een soort van huik. Ze zijn niet heel ver verwijderd van de laatste olielantaarn op het dorp en willen wel eens zien, wie die vrouw wel kan zijn. Weer zeggen beiden "goeien avond", maar weer blijft dit onbeantwoord.
Daarop vat de man moed en zegt: "Hé, vrouwken, hoort eens, waar moet ge zo laat nog naar toe, wie bende gij eigenlijk?
En omdat ze menen, dat het vrouwke geen goede bedoelingen heeft, of misschien op sukkel is, trekt de man haar de huik van over het hoofd.
En ongelooflijk, maar nu doet zich een herhaling voor, gelijk aan het voorval met vandenBroeck en onder een vreselijke klap spat een bol vuur uiteen, die beide, man en vrouw zodanig angst aanjaagt, dat ze een tijdje als bedwelmd op den grond blijven liggen.
Wanneer beide weer op de been komen en sidderend van angst hun huisken, dat vrij kortbij staat, binnentreden, weten ook zij, dat ze een "duivelse ontmoeting" hebben beleefd.
De man is de schrik vrij spoedig te boven gekomen; de vrouw echter heeft niet lang meer geleefd. Oudere mensen wisten later te vertellen dat de vrouw geheel is "uitgeteerd" en binnen het jaar is overleden!
Onnodig nog te zeggen dat na de uiteenspatting van de vuurbol ook hier "de figuur" van het oude vrouwtje niet meer werd teruggezien!
Sedertdien heeft zich bij mijn weten nimmer meer iets dergelijks in ons dorp voorgedaan.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Ontmoeting met zwijgende, in het zwart geklede vrouw die als een vuurbol uit elkaar spat.
Bron
Collectie De Vries, verslag 7, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Naam Overig in Tekst
van den Broeck   
Achterste Kauter   
Naam Locatie in Tekst
Clinge   
Plaats van Handelen
Nieuw Namen   
