Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VRIES001601 - WAT WULLAERT ZELF BELEEFDE.

Een sage (mondeling), woensdag 31 oktober 1962

Hoofdtekst

WAT WULLAERT ZELF BELEEFDE.

In Ossenisse, een onderdeel van de gemeente Vogelwaarde, aan het eind van de kleine dorpskern, woont August Wullaert samen met zijn vrouw en een speels keffertje!
'k Heb U vandaag verwacht, meneer! Is 't niet waar vrouw? 'k Zei het nog deze morgen.
'k Kan zulke dingen altijd aanvoelen!"
"Geen slecht entrée," denk ik zo, want "voorgevoelens" en "volksverhalen" hebben dikwijls iets met elkaar te maken, althans dat is me de laatste tijd gebleken.
En als dan het scheergerei is opgeborgen (het scheren, vernam ik, was te mijner ere geschied!) en de kachel nog eens is opgepookt in het toch al warme keukentje, steekt Wullaert van wal:
"'k Ben nog geen 65 jaar, meneer, maar zeker meer dan 40 jaar heb ik op de baan gezworven met mijn textielhandeltje. 't Meest met 2 grote pakken vóór en achter op de fiets, heb ik niet alleen Zeeuws-Vlaanderen doorkruist, maar ook het hele Zeeuwse land. En geloof maar, dat ik overal goed de weg weet en de mensen mij allemaal kennen!
'k Weet, waarvoor ge mij hebt opgezocht, meneer en 'k ga U een raar verhaal doen, dat mij zelf is overkomen. Niet hier in de buurt, maar op het eiland Tholen, waar ik dikwijls kwam. Het jaar waarin dat gebeurde, 1924, heb ik gemakkelijk onthouden, want ik was toen nog maar pas getrouwd.
Als ik op zulk een tocht was, bleef ik - dat begrijpt U - weg van Maandag tot Zaterdag en sliep dan in een goedkope gelegenheid in een of ander dorp. Zo was ik dan weer een week op stap - 't was najaar, winderig en koud, dat ik in de late namiddag in St Annaland bij een oud vrouwke aanklopte bij wie ik eigenlijk nooit eerder aan de deur was geweest.
Ze hadden me in St Annaland eens gezegd, dat ik dat beter laten kon, want ze stond er om bekend, dat ze dikwijls erg "vreemd" deed. Haar naam weet ik niet meer, maar dat hindert niet zoveel denk ik. Ze droeg de Thoolse muts en op mijn kloppen opent ze de bovendeur terwijl ze over de onderdeur naar buiten leunt. Met haar zwarte omslagdoek om haar schouders kijkt ze me een tijdje strak aan uit haar donkere ogen en zeker kende ze mij, want ze zei: "zo Belze (belgische man) 'k heb van jou niks nodig, maar vertel me eens, waar moet je naar toe?"
'k Ga naar StMaartendijk (in de volksmond "Smerdieke") en blijf daar slapen.
"Bij wie blijf je daar slapen?" vraagt ze. 'k Zei: "je bent wel nieuwgierig, maar je mag het wel weten, ik ga logeren in de Oostpoort bij Dingenus Hage."
"Hoe lang denk je onderweg te wezen?" vraagt ze verder, waarop ik haar antwoord dat ik in een klein halfuur in Maartensdijk kan zijn.
en letterlijk zegt ze mij: "Daar ben je nog niet! Als je de volgende keer weer eens bij me langs komt zul je wel anders praten!"
Nou, dacht ik, de mensen hier hebben wel gelijk, wat een raar mens is dat en lachend stap ik op mijn fiets, haar toeroepend: "'k wens je 't beste, Moedertje!"
Toen ik het dorp bijna uit was, komt een grote zwarte hond, grollend op me toerennen; bijten deed hij niet, maar 'k was al een eind de weg naar StMaartensdijk op, eer ik het beest kwijt raakte.
En terwijl ik verder rijd voel ik een moeheid in mijn benen, die ik nog nooit had gekend.
'k Was geloof ik zo 'n beetje de kluts kwijt, want 't werd donker en hoewel ik anders de weg wel kon dromen stapte ik af en vroeg een paar mensen die bij een gehucht aan de weg stonden, waar ik was. “
"Je bin hier an "'t Stramme Gos" man", zei er een, "je bin vlak bij het overzetveer naar StPhilipsland. waar moet je naar toe?"
Ik heb de hele zaak maar niet aan die mensen uitgelegd, want ik begreep er zelf niks meer van; ik zei dus, dat ik naar StMaartensdijk moest.
"Dan bin je glad verkeerd" zegt er nog een, maar ik zit al op mijn fiets met het plan verder te fietsen om langs binnendoor naar StMaartensdijk te rijden. En als ik een eindje weg ben, loopt daar weer een zwarte hond, grollend een poosje mee.
Meneer, geloof me, voor de rest kan ik alleen maar vertellen, dat ik in de vroege ochtend, door een jongen die naar z 'n boer ging, werd wakker geschud. 'k Lag te slapen onder een paar struiken, mijn fiets en de pakken naast me op de grond. Koud, verkleumd en doornat vraag ik de jongen waar ik ben.
Je bent hier vlak bij Scherpenisse", zegt de jongen, wie het aan te zien is, dat hij me voor een dronkenlap houdt en hem dan ook vlug smeert.
'k Voel naar mijn portefeuille, waar nogal wat geld in zat, maar dat was in orde. Ik sukkel op mijn fiets en bij een kennis van me, een vroegere postbode in Scherpenisse, ben ik weer geheel op mijn verhaal gekomen.
Toen ik daar de geschiedenis vertelde stonden ze niet al te zeer ervan te kijken. Ook zij hadden meer over die vrouw in StAnnaland gehoord. De postbode zei: "De mensen in Scherpenisse zeggen hier: in St Annaland deugt het niet en zeker moet je daar de "halve deuren" (huisjes met een boven- en onderdeur) mishouden!"
Ik verzeker U, meneer, die goeie raad heb ik voortaan maar opgevolgd en bij dat vrouwke heb ik me nooit meer laten zien!

Onderwerp

SINSAG 0540 - Hexe führt irre    SINSAG 0540 - Hexe führt irre   

SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.    SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.   

Beschrijving

Heks laat persoon verdwalen.

Bron

Collectie De Vries, verslag 16, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)

Naam Overig in Tekst

Zeeuws-Vlaanderen    Zeeuws-Vlaanderen   

Tholen    Tholen   

Oostpoort    Oostpoort   

Dingenus Hage    Dingenus Hage   

Stramme Gos    Stramme Gos   

Naam Locatie in Tekst

St Annaland    St Annaland   

St Maartendijk    St Maartendijk   

Smerdiek    Smerdiek   

St Philipsland    St Philipsland   

Scherpenisse    Scherpenisse