Hoofdtekst
Voor de vierde maal reeds had de schipper van knecht moeten verwisselen. Als hij er een aan boord nam duurde het maar korte tijd of de jongen begon te kwijnen. Men kon niet met zekerheid zeggen wat hem scheelde, maar 't end was, dat hij van boord ging. Eén van hen is zelfs kort daarop gestorven!
U begrijpt, dat zoiets op een dorpje gauw ruchtbaar is en om aan een nieuwe knecht te komen was voor de schipper niet gemakkelijk.
Tenslotte gelukte het hem, een "stuk overschot" bereid te vinden. Die wist, net zo goed als iedereen, dat er aan boord met de schippersvrouw soms wat vreemds gaande was. De knecht sliep in 't voorondertje, de schipper en zijn vrouw in 't achteronder. Op een nacht ziet de knecht dat het kleine luik zacht wordt opgelicht. Hij hoort een zacht miauwen en dan verschijnt iets dat op een lange klauw gelijkt en dat naar hem grijpt. De knecht, er op bedacht dat er wat kon gebeuren heeft onder zijn peluw een klein bijltje liggen. Hij hakt naar de klauw en raakt die ook. Een rauwe smartkreet en weg is de klauw en het luik valt dicht.
Inmiddels nadert de nieuwe dag en al vroeg staat de knecht op, die overigens niet meer kon slapen. In het zwakke ochtendlicht ziet hij op de vloer wat glanzends liggen, hij grijpt er naar en houdt in zijn hand ….een afgehakte ringvinger met de ring nog er rond! Hij staat raar te kijken als hij ziet wat hij beet heeft! De schipper komt bijna tezelfder tijd het voorondertje binnen. Bleek en geschrokken zegt hij tot de knecht: "Je leeft nog, gelukkig!" "Ja, wat dacht je dan", zegt deze, maar schipper hoe kom je zo geschrokken?"
"Och, man," zegt de schipper, als j 'eens alles wist! 'k Heb toch zo 'n kwaad wijf, maar nu hebben ze haar toch te grazen genomen. Ze ligt in bed te kermen van de pijn met een grote doek om haar linkerhand. Als ik haar vraag wat er aan scheelt en of ik soms de dokter moet halen wordt ze woest en wil van geen dokter weten!"
"'k G eloof het," zegt de knecht, "kijk, baas, dat scheelt er aan" en tot schippers grote ontsteltenis toont de jongen de vinger met de ring er aan!
"Jezus Maria", zegt de schipper, "'k heb het altijd wel gedacht, mijn wijf is er eentje met "de kwade hand". Ziet, dat ge maar gauw van boord komt, anders loopt het met jou ook nog eens slecht af!"
"Ikzelf zal er wel mee verder moeten leven, al weet ik niet, waar 't eind zal zijn!"
Kort daarop, vertelde moeder is de schipper met varen opgehouden en zijn ze ergens tussen Ossenisse en Kloosterzande in een klein dijkhuisje gaan wonen. Er werd wel eens verteld, zei moeder, dat het die vrouw is geweest, die rond het Protestantse kerkhof op Klooster de boel onveilig maakte, maar éénmaal in kwade reuk, krijgt men gauw van alles de schuld!"
Onderwerp
TM 3117 - De kwade hand (het boze oog)   
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Jezus Maria   
Naam Locatie in Tekst
Ossenisse   
Walsoorden   
Klooster   
Kloosterzande   
Plaats van Handelen
Walsoorden   
