Hoofdtekst
Dan kan ik U nog een kleine vreemde geschiedenis vertellen over een oud vrouwke, ook in de tijd waarover ik U zo-even sprak. 't Is wat moeilijk voor mij haar naam te noemen, want haar nakomelingen, die nog in ons dorp wonen zouden dat zeker niet prettig vinden.
't Mensje had het ongeluk wat krom te lopen, ze had een fel uiterlijk en ze kon, zei moeder, U met haar gitzwarte ogen zo doordringend aanzien, dat het vanbinnen onrustig in je werd. Kortom, voorbestemd om in een kleine dorpsgemeenschap in die dagen voor "heks" te worden versleten! Dikwijls werd ze gezien achter de boerderij van mijn ouders, lopende langs de binnendijk. Het land daar in de omgeving was vooral in het natte jaargetij zeer moerassig; de afwatering van de polders was toen nog niet gelijk nu.
Bij avond, zo zei men, zweefden tal van dwaallichtjes over de drassige weilanden heen en weer. Vrouwen, die toen veelal ook op het land werkten, en daar 's avonds passeerden konden elkaar de lichtjes aanwijzen. Het zijn de geesten van de ongedoopte kinderkens, zo zei men! Van kinderkens dus, die vrijwel onmiddellijk na de geboorte waren gestorven en die de Heilige Doop niet hadden ontvangen!
Verscheidene vrouwen zijn daar soms aan het bidden geweest, om de spoedige verlossing uit het Vagevuur van deze ongedoopte zieltjes af te smeken. En U begrijpt wel, meneer, als het vrouwke dat ik U zo-even beschreef hierlangs kwam, ze dat zeker niet deed om haar gebeden aan de andere toe te voegen, maar dat zij, gedreven door "het kwade", heel andere bedoelingen daarmee had. Zo althans dacht men daar in die dagen over!
Maar 't Volksgeloof of zullen we maar zeggen: 't Volksbijgeloof is hardnekkig en volhardend. Want zelfs aan een bewijs ontbrak het tenslotte niet!
Op een Paasavond, dat het vrouwke ook ter kerke was gegaan, heeft d' een of ander bij de beëindiging van de dienst ongezien een paasnagel uit de Paaslamp genomen en die onder de drempel van de kerkuitgang gestopt.
En wat bleek? Dat het oude kromgegroeide mensje de kerk niet kon verlaten en voor de drempel ineenzakte!
De Pastoor, die merkte dat er wat aan de hand was, is er bij gekomen en slechts door zijn hulp was het, toen ze weer op de been was geholpen, haar mogelijk, de kerk te verlaten!
Een paar jaar later is ze gestorven, maar ook dat was geen wonder, meneer, want sterven moeten we allen en 't mens was al een eind in de tachtig.
't Mensje had het ongeluk wat krom te lopen, ze had een fel uiterlijk en ze kon, zei moeder, U met haar gitzwarte ogen zo doordringend aanzien, dat het vanbinnen onrustig in je werd. Kortom, voorbestemd om in een kleine dorpsgemeenschap in die dagen voor "heks" te worden versleten! Dikwijls werd ze gezien achter de boerderij van mijn ouders, lopende langs de binnendijk. Het land daar in de omgeving was vooral in het natte jaargetij zeer moerassig; de afwatering van de polders was toen nog niet gelijk nu.
Bij avond, zo zei men, zweefden tal van dwaallichtjes over de drassige weilanden heen en weer. Vrouwen, die toen veelal ook op het land werkten, en daar 's avonds passeerden konden elkaar de lichtjes aanwijzen. Het zijn de geesten van de ongedoopte kinderkens, zo zei men! Van kinderkens dus, die vrijwel onmiddellijk na de geboorte waren gestorven en die de Heilige Doop niet hadden ontvangen!
Verscheidene vrouwen zijn daar soms aan het bidden geweest, om de spoedige verlossing uit het Vagevuur van deze ongedoopte zieltjes af te smeken. En U begrijpt wel, meneer, als het vrouwke dat ik U zo-even beschreef hierlangs kwam, ze dat zeker niet deed om haar gebeden aan de andere toe te voegen, maar dat zij, gedreven door "het kwade", heel andere bedoelingen daarmee had. Zo althans dacht men daar in die dagen over!
Maar 't Volksgeloof of zullen we maar zeggen: 't Volksbijgeloof is hardnekkig en volhardend. Want zelfs aan een bewijs ontbrak het tenslotte niet!
Op een Paasavond, dat het vrouwke ook ter kerke was gegaan, heeft d' een of ander bij de beëindiging van de dienst ongezien een paasnagel uit de Paaslamp genomen en die onder de drempel van de kerkuitgang gestopt.
En wat bleek? Dat het oude kromgegroeide mensje de kerk niet kon verlaten en voor de drempel ineenzakte!
De Pastoor, die merkte dat er wat aan de hand was, is er bij gekomen en slechts door zijn hulp was het, toen ze weer op de been was geholpen, haar mogelijk, de kerk te verlaten!
Een paar jaar later is ze gestorven, maar ook dat was geen wonder, meneer, want sterven moeten we allen en 't mens was al een eind in de tachtig.
Onderwerp
SINSAG 0664 - Zauberer macht bissige Hunde zahm.   
TM 4905 - Dwaallichten (stalkaarsen)   
TM 3104 - Duivelsdrek als afweer   
Beschrijving
Vrouw die als heks wordt gezien kan niet over drempel van kerk komen als daar een paasnagel onder is gelegd.
Bron
Collectie De Vries, verslag 21, verhaal 2 (Archief Meertens Instituut)
Plaats van Handelen
Lamswaarde   
