Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VRIES002301 - HET FORT "RONDUITE".

Een sage (mondeling), vrijdag 22 februari 1963

Hoofdtekst

HET FORT "RONDUITE".

Wie met de geschiedenis van het vroegere Staats-Vlaanderen, nu Oost- en West-Zeeuwsvlaanderen enigszins bekend is, kan weten dat zich in de 16e, 17e en 18e eeuw een reeks veldversterkingen en forten uitstrekten vanaf Zandberg (gem. Graauw) in het oosten, tot aan Sluis in het westen. Zelfs nu nog kunnen hier en daar de overblijfselen daarvan gemakkelijk in het landschap worden teruggevonden.
Geen wonder dat in oude volksverhalen af en toe namen opduiken van die forten, die herinneren aan de woelige dagen van weleer. Meestal blijken deze geschiedenissen, doorverteld van ouder op kind, tot verdichtsels te zijn uitgegroeid en omgeven met een sfeer van geheimzinnigheid.
Het klinkt dan ook helemaal niet vreemd als mijn verteller in Koewachtzand (gem. Koewacht) vol ontzag mij vraagt:
"Ge kent misschien het fort "Ronduite", meneer, kort bij de Belgische grens hier achter Koewachtzand? De vorm daarvan kunt ge nog gemakkelijk terugvinden. Welnu, toen wij nog kinderen waren heeft ons grootmoeder daarover een verhaal verteld, dat vele ouderen in Koewacht nog kennen.
Alleen onverschrokkenen dorsten bij avond de stille steenweg, die er omheen voert te betreden. Want het fort stond in een slechte reuk!
Er moet daar bij het fort een oud kasteel hebben gestaan, dat sinds mensenheugenis is verdwenen, maar waarvan de onderaardse gangen nog zouden zijn bewaard gebleven.
Er moet zich daar op een of andere nacht in 't verre verleden een schrikkelijk drama hebben afgespeeld, waarbij een vrouw, misschien wel de vrouw van de kasteelheer, een gruwelijke rol heeft gespeeld.
In die nacht moet het kasteel tot de grond toe zijn afgebrand en de vrouw met vele anderen de dood hebben gevonden.
Mijn grootmoeder wist te vertellen dat de ziel van deze vrouw tot eeuwige verdoemenis werd veroordeeld en zij past rust zal krijgen als aan één voorwaarde wordt voldaan!
Er moet zich nl. in een der onderaardse gewelven een ijzeren koffer bevinden, gevuld met onvoorstelbare schatten aan goud en juwelen. Op deze koffer echter ligt volgens het volksgeloof in de dagen waarover grootmoeder sprak (1850-1860) een leeuw met een gouden sleutel in de muil en zal degene, die deze sleutel uit de leeuwenmuil durft te nemen de bezitter worden van de schat en zal tevens de ziel van de boze vrouw van de verdoemenis worden gered.
Maar, zoals U straks uit het verdere verhaal zult horen, bestaat hiertoe slechts een kleine kans, aangenomen dat ooit iemand zal worden gevonden die hiertoe de moed bezit!
En misschien zou niemand daar ooit van hebben afgeweten, als niet omstreeks 1850 op zekere nacht een jonge onverschrokken kerel op weg van Koewacht naar huis het fort passeert en diens oog wordt getroffen door een bijzonder helder licht, dat als een vallende ster, die langzaam uit de nachtelijke hemel omlaag komt en neerdaalt bij het fort Ronduite, op de plaats waar eens het kasteel moet hebben gestaan.
Dat[dan] ziet de jongen tot zijn schrik een soort van lichtgevende gedaante op zich afkomen, waarin hij een vrouwenfiguur kan onderscheiden en die hem smeekt hem[haar] toch te willen volgen. Ze zal hem de weg naar de onderaardse gewelven aanwijzen en vertelt hem dan hoe hij daar zonder gevaar een gouden sleutel uit de leeuwenmuil zal kunnen nemen en welk een schat hem wacht! Slechts ééns in de 100 jaar en dan nog maar precies van middernacht tot
1 uur, zo zegt ze hem, mag zij in vrouwengedaante verschijnen voor de mensen.
Maar al haar smeekbeden zijn tevergeefs en hoe onverschrokken anders de jonge man is, hij zet het op een lopen en lang nog hoort hij achter zich het steunen en klagen van de geest, die, oplossend in het donker van de nacht weer uit zijn gezicht verdwijnt.
U begrijpt wel, meneer, dat nog heden ten dage, al beweren jonge mensen dan ook nog zo dikwijls aan die gekke verhalen geen geloof te schenken, toch de Ronduite nog altijd een plaats is, waar men in donkere nachten beter weg kan blijven.

Onderwerp

SINSAG 1236 - Der unterirdische Gang. Belagerte entkommen.    SINSAG 1236 - Der unterirdische Gang. Belagerte entkommen.   

SINSAG 0301 - Weisse Frau bewacht (und zeigt) einen Schatz (an).    SINSAG 0301 - Weisse Frau bewacht (und zeigt) einen Schatz (an).   

Beschrijving

Poging van rusteloze dode om iemand te verleiden te helpen bij het wegnemen uit een leeuwenbek van de sleutel tot een schat.

Bron

Collectie De Vries, verslag 23, verhaal 1 (Archief Meertens Instituut)

Naam Overig in Tekst

Ronduite    Ronduite   

Naam Locatie in Tekst

Zandberg    Zandberg   

Graauw    Graauw   

Sluis    Sluis   

Koewachtzand    Koewachtzand   

Koewacht    Koewacht   

Plaats van Handelen

Koewacht    Koewacht