Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

VRIES002407 - "VERHALEN UIT DE OUDE DOOS" DE KOEKEBAKKERSHOEK.

Een sage (mondeling), vrijdag 22 februari 1963

Hoofdtekst

DE KOEKEBAKKERSHOEK.

"Nou zijn 'k moe, meneer, 'k ga d'er mee ophouden."
Geen wonder denk ik want je was bijna 2 uur achtereen aan de gang Peet!
Maar dan opeens er bovenop: "Wacht even, dat ene moet ik U als laatste toch nog vertellen en 't is nog wel in Hulst zelf gebeurd!"
In de Koekebakkershoek te Hulst, destijds één van de meest armelijke en treurigste woonwijken der stad, nu half verdwenen, stond vele jaren geleden een oude schuur van Frans Voet, waarin koeien en ook enkele paarden een onderkomen vonden.
Vlak tegenover de schuur woonde eene vrouw Lebbink, waar nog nooit iemand iets kwaads over had gehoord.
Op zekere dag kreeg ze bezoek van een leurder, die met alle geweld een handborstel aan haar kwijt wilde en die na lang aanhouden tegen de belachelijk lage prijs van 5 cent aan haar verkocht.
Vanaf die tijd ging het vrouw Lebbink als Virus uit Graauw in het vorig verhaal. Ze moest nu anderen kwaad doen, want er zich tegen verzetten hielp haar niet.
Nooit was ze nog in de schuur van Voet gezien, maar nu was het al een paar keer, dat men haar daar op min of meer verdachte wijze had aangetroffen. Als ze dan weg ging of eigenlijk weggestuurd werd, wilden de koeien niet eten en stonden ze alle met de kop voorover tussen het koptouw, alsof ze aan 't treuren waren. De melkgift werd met de dag minder en de beesten vermagerden zienderogen.
Voet zei: "Als dat niet verandert, laat ik z'alle de nek afsnijden, anders komen ze nog op niks!"
Toevallig sprak hij hierover met een geestelijke, die met Voet de stal bezocht en alles daar met wijwater besprenkelde. En zie, de volgende dag stonden de beesten te vreten en bleven ze vreten tot ze er weer even gezond uitzagen als tevoren.
Daarmee was echter de narigheid niet uit de wereld. 'sNachts was het in de paardenstal nu een gedraaf, alsof de dieren werden afgereden. Voet, die wel merkte dat vrouw Lebbing nog in de stal kwam sprak er over met de Pastoor.
Toen deze op bezoek kwam bij vrouw Lebbink wilde ze eerst niet bekennen dat ze wel eens in de schuur kwam. Daarop zei de Pastoor tot haar: "Kom, vrouw Lebbink, stort Uw hart eens uit, ge waart vroeger altijd een ordentelijke vrouw, die trouw ter kerke kwam en nu zien we U zelden of ooit. Laten we samen bidden!
En meneer, het gebed moet verlossend hebben gewerkt, want onder veel tranen vertelde ze de Pastoor de geschiedenis van de borstel en hoe ze zich daarna als het ware gedreven voelde naar het kwade.
"Laat mij die borstel eens zien," zei de Pastoor, die daarop het ding in de open haard wierp war het met felle blauwe vlammen verbrandde en als vuurwerk uiteenspatte.
"O," zei vrouw Lebbing, "mijnheer Pastoor, nu gevoel ik mij bevrijd en onder het stamelen van dankwoorden wist zij zich nu van de boze geest, die haar had bezield, bevrijd.
Nu, meneer, ge moogt zelf over deze verhalen denken wat ge wilt, maar ik was toch wel blij eens iemand aan te treffen, die met zoveel belangstelling naar mij wilde luisteren.
En dat ge dit alles gaat opschrijven doet mij veel plezier, ik moet U wel bedanken!
Maar Peet, zeg ik hem, laten we de zaken liever omkeren en laat ik jou hartelijk danken voor de waarlijk vreemde verhalen die ge mij op zo smakelijke wijze hebt verteld.

Onderwerp

SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.    SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   

SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste    SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   

TM 3104 - Duivelsdrek als afweer    TM 3104 - Duivelsdrek als afweer   

Beschrijving

Na het kopen van een borstel van de duivel betovert vrouw vee; afweer door zegenen met wijwater; na bidden met geestelijke verlossing van de boze.

Bron

Collectie De Vries, verslag 24, verhaal 7 (Archief Meertens Instituut)

Naam Overig in Tekst

Koekebakkershoek    Koekebakkershoek   

Frans Voet    Frans Voet   

Lebbink    Lebbink   

Naam Locatie in Tekst

Hulst    Hulst   

Plaats van Handelen

Hulst    Hulst