Hoofdtekst
Lang geleden, 't zal wel 1860/1870 zijn geweest, woonde in de Groenstraat nabij Zaamslag, kort bij "de Vliete" de ouwe Frans Stoffels, een beroepsvisser en jager en zei grootvader, als het zo eens pas gaf tevens een beroepsstroper!
Het huisje, nu wat veranderd en verbeterd staat er nog altijd.
"Ja, meneer," zegt Herrebout, die in Zaamslag is gewonnen en geboren, "als kind hebben we dikwijls zitten luisteren naar de verhalen van grootvader, soms dorsten we 's avonds van bangigheid nauwelijks 't laddertje op naar de zolder, waar we als kinderen sliepen.
't Lijkt allemaal zo lang geleden als je 76 jaar bent, maar al wordt vandaag de dag over zulke geschiedenissen weinig meer gesproken, iedereen op Zaamslag weet wel, dat het daar in de Groenstraat destijds niet pluis is geweest!"
Alweer die Groenstraat, denk ik zo, waarover anderen me reeds eerder verhalen vertelden.
Och, laten we ons daarover niet al te zeer verbazen. Wel degelijk is een achtergrond te vinden voor die oude histories op deze plaats.
Eénmaal - oude kronieken vertellen het U - stond in de buurt van de Groenstraat een Tempelierenburcht, waarvan nu nog een kleine bodemverheffing in het landschap is terug te vinden.
Geen wonder, dat het volks(bij)geloof gretig voedsel vond in deze omgeving en er met ontzag over werd gesproken.
Zijn het de geesten van de eens zo roemruchte Tempelieren, die daar als straf voor begane wreedheden nog rondwaren? Wie zal 't zeggen?
Frans Stoffels dan, trekt er op een late schemeravond op uit, zijn oud jachtgeweer over de schouder. 't Is hem de laatste tijd niet voor de wind gegaan en als hij vanavond soms op eens anders jachtterrein een haasje kan neerpaffen zal hij het echt niet nalaten!
Dwalend door de landerijen ziet hij zich plotseling omringd door een leger van hazen, die blijkbaar hun schuwheid hebben afgelegd, want rustig lopen ze om hem heen. En hoe gemakkelijk het voor Frans nu ook zou zijn, een rijke buit binnen te halen - 't is hem niet mogelijk er ook maar ééntje neer te leggen!
"'t Was hem," zo vertelde hij later aan grootvader gewoonweg niet mogelijk zijn geweer in de aanslag te brengen, laat staan een schot te lossen! En dan, langzaam voortgaande, verdwijnt deze hazenstoet en wrijft Frans, die anders voor den duvel en zijn moer niet bang is, met zijn roodgeblokte zakdoek het zweet van zijn voorhoofd.
Maar 't is nog niet het einde van zijn vreemde belevenis, want hij ziet nu een ouwe kreupele haas op hem toekomen - z 'n ene achterpoot sleept zowat achterna - die Frans vraagt met de stem van een mens: "Zijn de anderen me al ver vooruit?"
Droom ik of waak ik, denkt Frans, maar nu wordt het hem toch te bar en woedend gelukt het hem een schot te lossen, dat de kreupele haas niet deert, want die is nu als met toverslag verdwenen!
"'k Moet me dat toch alles verbeeld hebben," zegt Frans bij zichzelf en waar anderen na zo 'n ervaring er die avond de brui aan zouden hebben gegeven, loop hij verder door tot bij de Zaamslagkreek, waar hij zich verdekt in het riet opstelt. Het duurt niet lang of een koppel wilde ganzen, 10 of 12 bijeen, strijkt neer aan de waterkant. Zo, denkt Frans, "nou zal 'k vanavond toch niet platzak thuiskomen" en meteen paft hij er op los.
"Wat er nu verder gebeurt," zei Frans later, "zal wel niemand geloven, maar na het eerste schot, midden tussen de koppel, heffen de vogels zich half klapwiekend uit het water en zowaar als ik het U vertel, de hagelkorrels vliegen uit hun veren!"
Door het dolle heen schiet ik al mijn patronen achter elkaar op de vogels af, die er niet aan denken weg te vliegen en maar steeds, als zo-even, al klapwiekend de hagelkorrels afschudden."
Als een slaapwandelaar ben ik weggelopen en bij mijn thuiskomst aan mijn vrouw verteld, wat me die avond is overkomen!"
"Frans," zegt zijn vrouw, "nou moet je me niet kwalijk nemen, maar je bent zeker aan de kant van een dulf in slaap gevallen en je zal dat allemaal gedroomd hebben!"
"'k Wou dat waar was, vrouwe", zegt Frans, "maar dan heb ik zeker in mijn slaap geschoten ook, want hier heb je mijn lege hulzen" en hij gooit er een partijtje op tafel!
"'t Heeft zeker twee weken geduurd," zei Frans tegen grootvader, "eer 'k 's avonds weer op jacht dorst te gaan en als ik dan een enkel haasje wist neer te leggen, was ik allang blij!
Later heb ik iets dergelijks nooit meer meegemaakt, maar mijn hele leven lang zal ik het niet kunnen vergeten", zo vertelde Frans nog aan grootvader.
Onderwerp
SINSAG 0592 - Hexentier kann nicht getroffen werden
  
SINSAG 0608 - Andere Begegnungen mit Hexentieren.
  
SINSAG 0331 - Spuktier kann nicht getroffen (gefangen) werden
  
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Groenstraat   
Frans Stoffels   
Vliete   
Tempelierenburcht   
Tempelieren   
Zaamslagkreek   
Naam Locatie in Tekst
Zaamslag   
Plaats van Handelen
Zaamslag   
