Hoofdtekst
Der wie ris in âld wyfke oan 't pankoekbakken.
Doe't se de pankoek omkeare soe, wipte dy der út en rolle fuort.
Doe kom dy pankoek in âld man tomjitte en dy sei:
"Pankoekje, pankoekje, waar kom jij vandaan?"
Doe sei de pankoek:
"Ik ben een oud wijfje ontlopen en ik kan joú ook wel ontlopen."
Doe kom dy pankoek in houn tomjitte en dy sei:
"Pankoekje, pankoekje, waar kom jij vandaan?"
Doe sei de pankoek: "Ik ben een oud wijfje ontlopen en ik ben een oud mannetje ontlopen en kan joú ook wel ontlopen."
Doe kom der him in baerch tomjitte en dy sei:
"Pankoekje, pankoekje, waar kom jij vandaan?"
Doe sei de pankoek: "Ik ben een oud wijfje ontlopen en ik ben een oud mannetje ontlopen en ik ben een hond ontlopen en ik kan jou ook wel ontlopen."
Doe sei de baerch: "Ik kan je niet verstaan. Ga me maar op de snute zitten. Dan kan 'k je horen."
Doe gong de pankoek de baerch op 'e snute sitten.
"Hap", sei de baerch en doe slokte er de pankoek op.
Doe't se de pankoek omkeare soe, wipte dy der út en rolle fuort.
Doe kom dy pankoek in âld man tomjitte en dy sei:
"Pankoekje, pankoekje, waar kom jij vandaan?"
Doe sei de pankoek:
"Ik ben een oud wijfje ontlopen en ik kan joú ook wel ontlopen."
Doe kom dy pankoek in houn tomjitte en dy sei:
"Pankoekje, pankoekje, waar kom jij vandaan?"
Doe sei de pankoek: "Ik ben een oud wijfje ontlopen en ik ben een oud mannetje ontlopen en kan joú ook wel ontlopen."
Doe kom der him in baerch tomjitte en dy sei:
"Pankoekje, pankoekje, waar kom jij vandaan?"
Doe sei de pankoek: "Ik ben een oud wijfje ontlopen en ik ben een oud mannetje ontlopen en ik ben een hond ontlopen en ik kan jou ook wel ontlopen."
Doe sei de baerch: "Ik kan je niet verstaan. Ga me maar op de snute zitten. Dan kan 'k je horen."
Doe gong de pankoek de baerch op 'e snute sitten.
"Hap", sei de baerch en doe slokte er de pankoek op.
Onderwerp
AT 2025 - The Fleeing Pancake   
ATU 2025 - The Fleeing Pancake.   
Beschrijving
Een oude vrouw was eens pannenkoeken aan het bakken. Een van de pannenkoeken wipte uit de pan en rolde weg. Hij kwam een oude man tegen die vroeg waar hij vandaan kwam. Hij zei dat hij een oud vrouwtje was ontlopen, en dat hij hem ook zou ontlopen. Toen kwam hij een hond tegen en hij zei dat hij een oud vrouwtje en een oud mannetje was ontlopen en dat hij hem ook zou ontlopen. Toen kwam hij een varken tegen. Hij zei dat hij een oud vrouwtje was ontlopen en een oud mannetje en een hond en dat hij hem ook wel zou ontlopen. Het varken zei hem niet goed te kunnen verstaan en vroeg de pannenkoek om op zijn snuit te gaan zitten. Dat deed de pannenkoek en het varken hapte hem zo op.
Bron
Corpus Jaarsma, verslag 435, verhaal 4
Commentaar
7 juli 1968
The Fleeing Pancake
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:21
