Hoofdtekst
UIT HET SPROOKJESSCHRIFT
Kulhannes, die op 14 december 1874 in Best geboren werd, was 10 jaar oud, toen hij in Liempde op de Keefheuvel in de vierde klas van de taalschool zat. Hij zat in de tweede rij op de vierde bank, krêk achter de korte Janus. Kulhannes was 'n goedlachs kereltje en Janus was 'nen droogstoppel. Als de felle stralen van de middagzon door de stoffige ramen van de klas drongen en de meester verblindde, stak Kulhannes ooit het scherpe puntje van zijn kroontjespen in de malse kont van Janus. Gewoonlijk wipte Janus van schrik effe overeind, maar vertrok geen spier en deed alsof zijn neus bloedde en zijn bil geen pijn deed. Kulhannes lachte dan in zijn vuistje. Totdat het vriendelijk oog van de bovenmeester op hem viel en hij ijverig begon te lezen, te rekenen of te schrijven. En schrijven, dat kon Kulhannes merakel goed. Hij schreef met 'ne griffel op z'n lei, met een krijt op het bord en met zijn kroontjespen in een van zijn schriften. Kulhannes had meerdere schriften. Zo had hij een verzenschrift, een liturgieschrift, een geschiedenisschrift, een voorbeeldenschrift, een schrift met declamaties en samenspraken en ook een schrift met sprookjes.
Zijn sprookjesschrift was zijn mooiste schrift. Het was een dik schrift, met een blauwe kaft, wit-gele bladen en blauwe lijntjes, waarop keizers en koningen, reuzen en dwergen, feeën en heksen, mensen en dieren dansten. Kulhannes kende deze sprookjes. Af en toe vertelde hij zo'n sprookje. Vooral aan kinderen, die wilden luisteren. Ook aan jou! Luister maar 'ns naar wat Kulhannes voorlas uit zijn blauwgelijnd sprookjesschrift.
Kulhannes, die op 14 december 1874 in Best geboren werd, was 10 jaar oud, toen hij in Liempde op de Keefheuvel in de vierde klas van de taalschool zat. Hij zat in de tweede rij op de vierde bank, krêk achter de korte Janus. Kulhannes was 'n goedlachs kereltje en Janus was 'nen droogstoppel. Als de felle stralen van de middagzon door de stoffige ramen van de klas drongen en de meester verblindde, stak Kulhannes ooit het scherpe puntje van zijn kroontjespen in de malse kont van Janus. Gewoonlijk wipte Janus van schrik effe overeind, maar vertrok geen spier en deed alsof zijn neus bloedde en zijn bil geen pijn deed. Kulhannes lachte dan in zijn vuistje. Totdat het vriendelijk oog van de bovenmeester op hem viel en hij ijverig begon te lezen, te rekenen of te schrijven. En schrijven, dat kon Kulhannes merakel goed. Hij schreef met 'ne griffel op z'n lei, met een krijt op het bord en met zijn kroontjespen in een van zijn schriften. Kulhannes had meerdere schriften. Zo had hij een verzenschrift, een liturgieschrift, een geschiedenisschrift, een voorbeeldenschrift, een schrift met declamaties en samenspraken en ook een schrift met sprookjes.
Zijn sprookjesschrift was zijn mooiste schrift. Het was een dik schrift, met een blauwe kaft, wit-gele bladen en blauwe lijntjes, waarop keizers en koningen, reuzen en dwergen, feeën en heksen, mensen en dieren dansten. Kulhannes kende deze sprookjes. Af en toe vertelde hij zo'n sprookje. Vooral aan kinderen, die wilden luisteren. Ook aan jou! Luister maar 'ns naar wat Kulhannes voorlas uit zijn blauwgelijnd sprookjesschrift.
Beschrijving
Onder de dingen, die Kulhannes op school uithaalde, was het steken van de kroontjespen in de billen van zijn voorbuurman Janus. Over zijn schrijfkunst en het bijhouden van een sprookjesschrift.
Bron
Roger van Laere, KULHANNES, Liempde 1992, 29
Commentaar
voor 1992
Naam Overig in Tekst
Kulhannes   
Keefheuvel   
Janus   
Naam Locatie in Tekst
Best   
Liempde   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
