Hoofdtekst
HEKSERIJ: Kromme wijfkes
De Hezelaarsestraat was een kronkelende, zanderige straat vol met kuilen en diepe karsporen.
Langs deze kromme zanderige straat stonden veel bomen en in de schaduw van deze dikke en dunne, kromme en rechte bomen stonden, in of uit de wind, de huizen. In deze goeie of slechte, lage en lange, kille of koele huizen woonden de mensen. Mensen, zoals Driek van de Velden en Piet van Hoorn. Driek was klompenmaker met een koe, die 's zomers flink romme (melk) gaf en Piet was kremer, die met een paar grote honden in Den Bosch inkopen deed. Op de meeste gedoentjes, die zich langs de kronkelende Hezelaarsestraat rekten, woonden boeren. Keuterende boeren, die de gehele dag bezig waren en 's avonds rond 'n uur of negen, half tien, d'n todhoop inschoten.
Een van die boeren, die in 1910 vlakbij de Dorrekuil woonde, vertelde, volgens Kulhannes, dat er in Liempde, jaren geleden enkele wijfkes leefden, die iets meer konden dan gewone mensen.
"Van die lullikke wêfkes, zo zin-ie, mi 'n grof gezicht, grote zwarzige wenkbrauwen, 'nen kromme neus en haor op d'r lijf en oren. Ze waren dik zo kromêchtig, dè ge bekant nie zien kos of ze recht stonnen. Sommigte van die wêfkes, die dik mi ginne riek te voeieren waren, kossen merakel skellen, spiertsen, kuwen en kijven. Sapperdrie, wê kossen die toch skellen en kijven. Gruwelijk".
Ze woonden in alle uithoeken van Liempt. Soms vlakbij of in een bos, een beetje achteraf, in 'n laag huiske. Er waren echter ook van die wijfkes, die midden in het dorp woonden.'s Avonds, als de wind uit Olland kwam en over d'êkker striepte, doolde zo'n wijfke ooit met een brandende kaars of een blakerend stallantaarnke in d'n hêrd rond en maakte, als de vleermuizen achter de vensters kropen, het ene drankske na het andere smeerselke. En terwijl ze het ene half uitgesproken woord over het andere gooide, kookte zo'n wijfke op een vuur van knausten, klippels en kleuven in een ijzeren ketelke een stuk spek van een vet varken. Met een krom hengsel hing het ketelke aan een kromme haak boven het vlammende vuur. Zodra het putwater in het ketelke borrelde, kwakte zo'n wijfke er het bloed in van een vleermuis of het slijm van een pad met ooit een beetje slorolie, kruidenpoeder of wierook van de pastoor. Hangend met haar gerimpeld lijf over de rugleuning van een ouwe knopstoel en heftig met haar kop schuddend, wachtte ze tot het stuk spek in het ketelke gaar was, waarna ze het drijvende vet met een houten lepel en het gare spek met een stomp verket uit het ketelke haalde. Van het vet en spek brouwde zo'n krom wijfke een vettig smeersel en van de hete poelie, die in het ketelke zat, maakte ze een troebelig drankske. Was het drankske afgekoeld, dan dronk ze er een half kopke van op, waarna ze zich insmeerde met het gekookte spek van het vette varken. Pas dan kroop ze te bed. Nauwelijks sliep zo'n wijfke in of ze werd tussen twaalf en twee uur 's nachts woelend en kreunend wakker. Ze had dan geen rust meer in haar heksengat, sprong haar bed uit en vloog van de ene hoek van d'n hêrd naar de andere kant. Vaak bleef ze binnen, maar het gebeurde ook, dat ze op 'nen bezemsteel of schrei'smiks gezeten op 'nen geitebok of op een varken door de schouw naar buiten vloog. Met wapperende haren en een gespitste kin vloog ze dan van de ene uithoek van Liempt naar het andere buurtschap, waar ze sommige mensen de schrik op 't lijf joeg of behekste. Van 'nen boer, waar geen richt mee te schieten viel, vernietigde zo'n vliegend heksenwijfke ooit de rogge, die rijp op het land stond of ze liet zijn koe, z'n paard of z'n varken kapot neervallen.
Ook kon, volgens Kulhannes, zo'n krom behekst wijfke zich veranderen in een appel of een peer, een vlieg of een pad, een wild konijn of 'ne kraaiende haan, een blauwe geit of zwarte kat.
De Hezelaarsestraat was een kronkelende, zanderige straat vol met kuilen en diepe karsporen.
Langs deze kromme zanderige straat stonden veel bomen en in de schaduw van deze dikke en dunne, kromme en rechte bomen stonden, in of uit de wind, de huizen. In deze goeie of slechte, lage en lange, kille of koele huizen woonden de mensen. Mensen, zoals Driek van de Velden en Piet van Hoorn. Driek was klompenmaker met een koe, die 's zomers flink romme (melk) gaf en Piet was kremer, die met een paar grote honden in Den Bosch inkopen deed. Op de meeste gedoentjes, die zich langs de kronkelende Hezelaarsestraat rekten, woonden boeren. Keuterende boeren, die de gehele dag bezig waren en 's avonds rond 'n uur of negen, half tien, d'n todhoop inschoten.
Een van die boeren, die in 1910 vlakbij de Dorrekuil woonde, vertelde, volgens Kulhannes, dat er in Liempde, jaren geleden enkele wijfkes leefden, die iets meer konden dan gewone mensen.
"Van die lullikke wêfkes, zo zin-ie, mi 'n grof gezicht, grote zwarzige wenkbrauwen, 'nen kromme neus en haor op d'r lijf en oren. Ze waren dik zo kromêchtig, dè ge bekant nie zien kos of ze recht stonnen. Sommigte van die wêfkes, die dik mi ginne riek te voeieren waren, kossen merakel skellen, spiertsen, kuwen en kijven. Sapperdrie, wê kossen die toch skellen en kijven. Gruwelijk".
Ze woonden in alle uithoeken van Liempt. Soms vlakbij of in een bos, een beetje achteraf, in 'n laag huiske. Er waren echter ook van die wijfkes, die midden in het dorp woonden.'s Avonds, als de wind uit Olland kwam en over d'êkker striepte, doolde zo'n wijfke ooit met een brandende kaars of een blakerend stallantaarnke in d'n hêrd rond en maakte, als de vleermuizen achter de vensters kropen, het ene drankske na het andere smeerselke. En terwijl ze het ene half uitgesproken woord over het andere gooide, kookte zo'n wijfke op een vuur van knausten, klippels en kleuven in een ijzeren ketelke een stuk spek van een vet varken. Met een krom hengsel hing het ketelke aan een kromme haak boven het vlammende vuur. Zodra het putwater in het ketelke borrelde, kwakte zo'n wijfke er het bloed in van een vleermuis of het slijm van een pad met ooit een beetje slorolie, kruidenpoeder of wierook van de pastoor. Hangend met haar gerimpeld lijf over de rugleuning van een ouwe knopstoel en heftig met haar kop schuddend, wachtte ze tot het stuk spek in het ketelke gaar was, waarna ze het drijvende vet met een houten lepel en het gare spek met een stomp verket uit het ketelke haalde. Van het vet en spek brouwde zo'n krom wijfke een vettig smeersel en van de hete poelie, die in het ketelke zat, maakte ze een troebelig drankske. Was het drankske afgekoeld, dan dronk ze er een half kopke van op, waarna ze zich insmeerde met het gekookte spek van het vette varken. Pas dan kroop ze te bed. Nauwelijks sliep zo'n wijfke in of ze werd tussen twaalf en twee uur 's nachts woelend en kreunend wakker. Ze had dan geen rust meer in haar heksengat, sprong haar bed uit en vloog van de ene hoek van d'n hêrd naar de andere kant. Vaak bleef ze binnen, maar het gebeurde ook, dat ze op 'nen bezemsteel of schrei'smiks gezeten op 'nen geitebok of op een varken door de schouw naar buiten vloog. Met wapperende haren en een gespitste kin vloog ze dan van de ene uithoek van Liempt naar het andere buurtschap, waar ze sommige mensen de schrik op 't lijf joeg of behekste. Van 'nen boer, waar geen richt mee te schieten viel, vernietigde zo'n vliegend heksenwijfke ooit de rogge, die rijp op het land stond of ze liet zijn koe, z'n paard of z'n varken kapot neervallen.
Ook kon, volgens Kulhannes, zo'n krom behekst wijfke zich veranderen in een appel of een peer, een vlieg of een pad, een wild konijn of 'ne kraaiende haan, een blauwe geit of zwarte kat.
Onderwerp
SINSAG 0511 - Über Weg und Steg   
Beschrijving
Algemeen over heksen. Heks maakte heksenbrouwsel, dronk ervan voor ze ging slapen. Nauwelijks sliep zo'n wijfke in of ze werd tussen twaalf en twee uur 's nachts woelend en kreunend wakker. Ze had dan geen rust meer in haar heksengat, sprong haar bed uit en vloog van de ene hoek van d'n hêrd naar de andere. Het gebeurde ook, dat ze op 'nen bezemsteel of schrei'smiks gezeten op 'nen geitebok of op een varken door de schouw naar buiten vloog. Met wapperende haren en een gespitste kin vloog ze dan van de ene uithoek van Liempt naar het andere buurtschap, waar ze sommige mensen de schrik op 't lijf joeg of behekste. Ze kon ook allerlei gedaantes aannemen.
Bron
Roger van Laere, KULHANNES, Liempde 1992, 49-51
Commentaar
voor 1992
Über Weg und Steg
Naam Overig in Tekst
Kulhannes   
Driek van de Velden   
Piet van Hoorn   
Dorrekuil   
Olland   
Naam Locatie in Tekst
hezelaarsestraat   
Den Bosch   
Liempde   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
