Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

kul026 - Door "de maor gereeien" (2: Jozep van Marte Driekskes)

Een sage (boek), 1982 - 1991

Hoofdtekst

Een andere man, die met heksenwerk in aanraking kwam, was Jozep van Marte Driekskes. Jozep was 'ne boer, die gruwelijk hard lopen kon. Soms de hakken onder z'n klompen uit. Hij woonde in Hezelaar, had 'n knechtje en drie koeien. Een roodbonte, 'ne witkop en 'n grijze koe, die met opgaande maan 'ne malse uier kregen. Zodra een koe stierig was, ging Jozep er mee te veld. Naar Hannes Rul, die in de Kapelstraat boerde, naar de Van Esse, die in de hei woonden of naar de Skoene op de Hoef in Kasteren, die ook 'ne stier hadden.
Met de koe aan een touw en in z'n andere hand 'ne klippel, waarmee Jozep de koe tegen haar neus aantikte of tegen d'r billen aansloeg, als ze lastig werd, ging hij naar de stier. Meestal naar Hannes Rul, die woonde het kortste bij. Als het wou, zoals het zijn moest en de koe drachtig was, dan kreeg ze na negen maanden 'n kalf. Een stier -of een maalkalf, die Jozep verkocht, vetmestte of aanleidde.
Toen Jozep 50 jaar werd en 's morgens opstond, was het kalf, dat z'n roodbonte koe daags tevoren gekalfd had, kapot. Dit was niet zo erg, maar toen in hetzelfde jaar ook nog het kalf van z'ne witkop en van zijn grijze koe kapot gingen, werd het erger. Jozep liep ongemakkelijk en z'n wijfke sliep slecht. Nee, drie kalveren achter elkaar kapot, dat kon niet. Dat was te gek. Op deze wijze raakte hij uit z'n jong vee. Niemand begreep er iets van.
"D'r waar 'n donderbui gewist. De stal waar aoling onder 't waoter geskoten. Daor laag 't aon", dacht Kulhannes.
Jozep vertrouwde het niet. Het was een ziekte of het was hekserij, de zogenaamde "kaoi haand", die genadeloos toesloeg.
Toen het jaar daarop z'ne witkop drachtig was, ging hij op bedevaart en liep op zijn klompen de kanten van Heeswijk uit.
Daar trof hij iemand, die zei, dat hij met erwten in z'n klompen terug moest lopen. De boetetocht naar Heeswijk had echter niet geholpen, want toen de koe gekalfd had en Jozep het kalf bij z'n buurman op stal gebracht had, ging het toch na 'nen dag of twee kapot.
Jozep was van Grard van Kosse, die rijk en laat getrouwd was en in de Kapelstraat woonde, aan de weet gekomen, dat er in Haaren 'nen pastoor woonde, die in de ban van de kerk was en de macht had om zo iets aan te pakken. Kapelaan Verhoeven, die met iedereen akkerderen kon en in Liempt kapelaan was, had tegen Jozep gezegd:
"Naor Haoren
is naor d'n duvel vaoren.
Dieën miens is in de ban,
'k weet wê-t-ie kan.
Jozep, blèf thoos,
bè oew wêfke en oew kroos".
Maar Jozep, die ergens troost zocht, trok zich van het gezegde van de kapelaan niks aan. Op 'ne zondagmorgen toepelde hij naar Boxtel en liep over Esch naar Haaren. 's Middags om 'n uur of twaalf klopte hij op de deur van het huis, waar de pastoor woonde.
"Kom binnen", zei de pastoor, die deed alsof hij Jozep al jaren kende, "en zeg 'ns wat er aan schort". Toen Jozep verteld had, dat hij vier kalfkes op 'n rij kapot had, zei de pastoor met opgetrokken wenkbrauwen, dat
hij hem niet helpen kon. Hij kon niks voor hem doen.
Helaas. "Maar", zei hij, "ik heb gehoord en ik weet het bijna zeker, dat er in Liempde 'n vrouw woont, ik meen
dat ze Hanne of Drieka Koppens heet. Ze is zowat van dezelfde leeftijd als ik of iets jonger. Ga daar maar
heen. Die kan je waarschijnlijk helpen".
Vol goede moed stapte Jozep weer naar huis toe en toen hij in Liempde was, ging hij rechtstreeks naar de moeder van Piet Koppens. Van Drieka kreeg hij een blauw vierkantig linnen zakske met iets er in. 't Was krêk 'n scapulier. Drieka vertelde, dat hij direct na de geboorte van 'n nêi kuuske 't lapke met 'n touwke om de nek van het pasgeboren kalf moest hangen. Negen dagen moest 't blauwe lapke blijven hangen en diezelfde dagen moest Jozep 's avonds na het Rozenhoedje negen Onze Vaders bidden voor het nêi kuuske. En werkelijk, 't hielp. De kalfkes van Jozep bleven leven en sinds hij 't lapke van Drieka gebruikte en negen Onze Vaders bad ging er, God zij dank, geen kalf meer kapot.

Beschrijving

Bj Jozep van Marte Driekskes gaat telkens het kalf dood. Hij gaat op bedevaart, maar dat helpt niet. Dan hoort hij van een pastoor in Haaren, maar dat wordt hem afgeraden door de kapelaan. Hij gaat toch, wordt verwezen naar Drieka Koppens uit Liempde. Van haar krijgt hij een zakje om om de nek van het pasgeboren kalf te hangen en verder moet hij elke dag negen Onze Vaders bidden. Dit helpt.

Bron

Roger van Laere, KULHANNES, Liempde 1992, 74-75

Commentaar

voor 1992

Naam Overig in Tekst

Kulhannes    Kulhannes   

Jozep van Marte Driekskes    Jozep van Marte Driekskes   

Hezelaar    Hezelaar   

Hennes Rul    Hennes Rul   

Van Esse    Van Esse   

Skoene    Skoene   

Grard van Kosse    Grard van Kosse   

Kapelaan Verhoeven    Kapelaan Verhoeven   

Hanne    Hanne   

Drieka Koppens    Drieka Koppens   

Piet    Piet   

Naam Locatie in Tekst

Kapelstraat    Kapelstraat   

Hoef    Hoef   

Kasteren    Kasteren   

Haaren    Haaren   

Liempde    Liempde   

Esch    Esch   

Boxtel    Boxtel   

Heeswijk    Heeswijk   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20