Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

kul059 - De stroper van Kasteren (2: gedicht: Het jagen)

Een personal narrative (boek), 1982 - 1991

Hoofdtekst

Driek kende Kulhannes en Kulhannes kende een gedicht. Een gedicht over jagen, dat geschreven was door Dorus van de Velden, tijdens de mobilisatie op 21 maart 1915, in het fort Vuren-Gorinchem.

Het jagen

Owee, owee, wat oorlog woedt,
Er vliet een stroom van hazenbloed,
En 't regent ganze-veren.

De lange hond, loopt als de wind,
En wee het haasjen, dat hij vindt,
't Moog vlieden langs de velden.

Al springt hij weg, zoo schuin en krom
De langoor kijkt te dikwijls om,
Hij moet het toch ontgelden.

De jager staat zoo, stijf en strak,
Als zocht hij diamanten.
Zijn trouwe en snuffelde brak
Loopt rond aan alle kanten.

Daar heeft hij eenig wild in 't oog
Er knalt een schot....
Daar vallen vier patrijzen.

Zoo gaat het over klont en klei,
Men is vroegtijdig in de wei,
Om laat weer, weer te keeren.

En als het weer niet gunstig was,
Dan keert men met een platte tasch,
Naar huis terug.

Wanneer men veel van jagen houdt.
Maar wat men moet verdragen.
En eet ik 't een of anderen bouwd
Dan denk ik aan het jagen.

Beschrijving

Een gedicht over jagen, dat geschreven was door Dorus van de Velden, tijdens de mobilisatie op 21 maart 1915, in het fort Vuren-Gorinchem.

Bron

Roger van Laere, KULHANNES, Liempde 1992, 161-163

Commentaar

voor 1992

Naam Overig in Tekst

Kulhannes    Kulhannes   

Dorus van de Velden    Dorus van de Velden   

Vuren-Gorinchem.    Vuren-Gorinchem.   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20