Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

kul088 - Frederik en de blinde Peer (4: lied)

Een personal narrative (boek), 1982 - 1991

Hoofdtekst

Ik kwam voor zeven weken
In een stadje van ons land.
Daar zag ik rare dingen
Voor een boerenverstand.
En ik geef je te verstaan
Hoe het mij is gegaan.
Want ik kwam er van pas
wijl het kermis was.

Ik had in heel mijn leven
Zulk geraas niet aan 't hoofd.
Het was of de halve wereld
Van 't verstand was beroofd.
't Was alom tent aan tent
Aan de kramen kwam geen end.
En de dames wat stom
Hadden vossenstaarten om.

Hier bakt men oliebollen
Daar staan wafelen klaar.
Hier schreeuwt een jood in 't rond
Zure waar, zure waar.
En hier ziet men voor een cent
Een Jan Klaasen tent.
Voor de rest van de kraam
Weet ik geenen naam.

Stap op en laat je wegen
Roept een vent voor een cent.
Het is maar om te weten
Hoe zwaar of je bent.
Toen ben ik weer 'n straat verder gegaan
Daar zag men al weer wat anders staan.

Daar zag ik me een ding
Dat in het ronde ging.
Daar zaten ze te draaien
Als gekken in.
En ze riepen: kom eens hier
Maak met ons toch wat plezier.
En dit draaiding hield stil
En in een wip zat ik erin.

Ik kan je niet vertellen
Wat ik zag overdag.
Het grappigste van alles was
Wat ik 's avonds zag.
Ik ging naar 't paardenspel
Maar bevond er mij niet wel.
Wijl een kleeding zoo licht
zeker ieder ontstigt.

Bij het uitgaan vroeg een kennis
Zeg wat denkt U van dat spel.
Wel mag ik het U zeggen
Het is een spel van de hel.
En ik wed wel om een kroon
dat de duivel het houdt voor schoon.
En ik kom er niet meer
na deze keer

Beschrijving

Lied over de kermis, eindeloze kramen, met oliebollen en wafels, draaimolens en paardenspel. Het is echter eenm spel van de hel, dat de duivel voor mooi houdt.

Bron

Roger van Laere, KULHANNES, Liempde 1992, 198-199

Commentaar

voor 1992

Naam Overig in Tekst

Jood    Jood   

Jan Klaasen    Jan Klaasen   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20