Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TAMB158 - Van een Boer en een Pape.

Een mop (kluchtboek), 1659

Hoofdtekst

Van een Boer en een Pape.
Een Boer eens te Biechte gaende by sijn Pastoor, die hem vraeghde, of hy oock vlees in de Vasten ge-eten hadde? hy antwoorde van neen, maer wel Eyeren; de Pastoor seyde [p. 146] dat het even veel was; Hoe, seyde de Boer, dat is immers geen Vlees; jae dat weet daer niet aen seyde de Pastoor, daer komt vlees uyt? De Boer wederom antwoorde, dat gheloof ick niet, Brenght my Eyeren, seyde de Pastoor, ick sal het u doen ghelooven: Den Boer niet slecht zijnde, seide, ick sal u Eyeren beschaffen, ginck heen en koockte de Eyeren gaer, en brachtse doe de Pastoor. De Pastoor dies tijds een broetse Henne hebbende, leyde de Eyeren daer onder, en seyde, komt over drie weeken weder, ick sal u daer Vlees van leveren; Den Boer quam ten bestemden tijt weder, en vragde sijn Pastoor of daer al Vlees uyt ghekomen was? Ick gheloove niet dat de Eyeren goedt gheweest zijn, en sloegh een van de Eyeren op, en sagh dat sy ghesooden waren, seyde tegens de Boer dat sy gaar waren, dat weet ick wel seyde de Boer, die ick at waren oock gaar, ick weet wel dat uyt raeuwe Eyeren Vlees komt, daerom had ickse gesooden.

Beschrijving

Een pastoor vraagt een boer of hij tijdens de vastenperiode vlees heeft gegeten. De boer zegt alleen eieren gehad te hebben. De pastoor zegt dat dat toch vlees is, er komt namelijk vlees (kuiken) uit. De boer laat weten alleen gekookte eieren gegeten te hebben.

Bron

Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen

Commentaar

1659

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22