Hoofdtekst
Van een Momber die sijn Reeckeninghe dede.
Een seecker Man zijnde gestelt tot een Corateur of Momber over eenige Wees-kinderen, dewelcke het Weesen goet door braght, en wierde daer over voor de Wees-vaders ontbooden om reeckenschap te doen, te weten van sijn ontfanck en uytgave: Hy de Heeren Wees-vaars toonende sijn mondt, en seyde, daer is mijn ontfanck geweest, en hem om keerende wees haer de neers, seyde, daer is mijn uytgave geweest en hy en konde anders gheen reeckeninghe doen, alwaer hy grooten loon voor ontfingh van een hant voll Bircken Rijsebry, en een gebraden schouder dat sijn rugghe ghewaer wierdt, en hy moest daer doe oock mede te vreden zijn.
Een seecker Man zijnde gestelt tot een Corateur of Momber over eenige Wees-kinderen, dewelcke het Weesen goet door braght, en wierde daer over voor de Wees-vaders ontbooden om reeckenschap te doen, te weten van sijn ontfanck en uytgave: Hy de Heeren Wees-vaars toonende sijn mondt, en seyde, daer is mijn ontfanck geweest, en hem om keerende wees haer de neers, seyde, daer is mijn uytgave geweest en hy en konde anders gheen reeckeninghe doen, alwaer hy grooten loon voor ontfingh van een hant voll Bircken Rijsebry, en een gebraden schouder dat sijn rugghe ghewaer wierdt, en hy moest daer doe oock mede te vreden zijn.
Beschrijving
Een voogd van een paar weeskinderen moet zijn inkomsten en uitgaven aangeven. Voor de inkomsten wijst hij naar zijn mond en voor de uitgaven naar zijn achterste.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22