Hoofdtekst
[p. 260]
Van een Arghlistige Boer.
Een seecker listighe Boer komende by den Landt-Grave van Hessen, alsoo des Graven Beesten in des Boeren Kooren gheweest waren, hadde lust des Graven vonnis daer van te hooren, en seyde: mijn Ghenadighste Heer, mijn Beesten zijn in mijns Heeren Kooren gheweest, en hebbender seer groote schade in ghedaen, ick weet niet hoe ick het best met mijn Heer stellen sal: De Grave seyde, dat moet ghy tot een duydt toe betalen: Den Boer seyde wederom; Och mijn Heer, ick hebbe my versproocken, mijn Ghenadighste Heer sijn Beesten zijn in mijn Kooren gheweest? Waer op de Grave seyde dat luydt anders, en daer moest de Boer mede te vreden zijn.
Van een Arghlistige Boer.
Een seecker listighe Boer komende by den Landt-Grave van Hessen, alsoo des Graven Beesten in des Boeren Kooren gheweest waren, hadde lust des Graven vonnis daer van te hooren, en seyde: mijn Ghenadighste Heer, mijn Beesten zijn in mijns Heeren Kooren gheweest, en hebbender seer groote schade in ghedaen, ick weet niet hoe ick het best met mijn Heer stellen sal: De Grave seyde, dat moet ghy tot een duydt toe betalen: Den Boer seyde wederom; Och mijn Heer, ick hebbe my versproocken, mijn Ghenadighste Heer sijn Beesten zijn in mijn Kooren gheweest? Waer op de Grave seyde dat luydt anders, en daer moest de Boer mede te vreden zijn.
Beschrijving
Een boer beklaagt zich bij de graaf dat beesten zijn koren beschadigd hebben. De graaf zegt dat hij dat tot op de cent moet betalen. De boer zegt dan dat het de beesten van de graaf waren, waarop de graaf antwoordt dat dat anders is en de boer wegstuurt.
Bron
Jan Pietersz. Meerhuysen, De geest van Jan Tamboer of Uytgeleeze stoffe voor de klucht-lievende ionckheydt, Amsterdam, 1659, drie delen
Commentaar
1659
Naam Locatie in Tekst
Hessen   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
