Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CJ124104

Een sprookje (mondeling), 99-99-99 99-99-99 (foutieve datum)

Hoofdtekst

De jonge zwaluw
Wel duizend mieren draafden er heen en weer in de tuin. Ze waren allen in beweging. Hier kroop er een zomaar in een gaatje en daar kwamen anderen uit de grond tevoorschijn. Soms ging het in volle galop. Het was net of ze krijgertje speelden.
"Wat doen jullie daar toch?" vroeg een jonge zwaluw.
"Wij zamelen provisie in voor de winter", antwoordde de mierenkoningin.
"Dat vind ik verstandig," zei de jonge zwaluw, "dat zal ik ook gaan doen." Daarop vloog hij weg en ging op de vangst. In een ogenblik had hij een partij spinnen en vliegen gesnapt. Die bracht hij allemaal naar het nest.
"Wat moet er mee gebeuren?" vroeg de moeder.
"Dat is voor de winter", zei de jonge zwaluw. De mieren zijn ook aan het inzamelen en nu moeten wij het toch ook wel doen."
De moeder zei: "Mieren moeten hier blijven 's winters. Die handelen dus wijs. Maar de natuur heeft beter voor ons gezorgd. Als de zomer voorbij is gaan wij naar warmere streken en daar vinden wij de tafel weer gedekt. Je had dus beter de spinnen en vliegen kunnen bewaren voor andere vogels die niet zo gelukkig zijn als wij. Door onze overvloed zouden anderen gebrek lijden, en dat mag niet."

Beschrijving

Een jonge zwaluw volgt het voorbeeld van ijverige mieren die een etensvoorraad aanleggen voor de winter. Als de zwaluw een partij spinnen en vliegen gevangen heeft, brengt hij de dieren naar het nest. De moederzwaluw vertelt haar jong dat dit niet nodig was geweest omdat de zwaluw in de winter naar warme oorden trekt. De spinnen en vliegen moeten bewaard worden voor vogels die een koude winter tegemoet gaan, aldus de moeder.


Bron

Collectie Jaarsma, verslag 1241, verhaal 4 (archief MI)

Commentaar

? (c. 1975)

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:21