Hoofdtekst
Even voorbij de uitspanning waar aan de Veursestraatweg, onder Leidschendam, een gouden leeuw, zeer strijdbaar, in de gevelsteen is gebeiteld, staan de onderstukken van twee bakstenen pijlers van een al lang verdwenen inrijhek. De wapens, die deze pilaren eens bekroonden, zal men tevergeefs zoeken: alleen de naam ROSEN BURCH bleef in de steen gebeiteld. Hier begint een smal landweggetje met een brede bermstrook, dat naar een boerderij leidt die nog steeds de naam "Rosenburch" draagt. Van het landgoed van die naam is nog geen steen op de ander gebleven. Een mogelijk nog smaller weggetje, dat plotseling eindigt in het akkerland, leidt naar de plek, waar dit huis staat aangegeven op de achttiende-eeuwse kaarten van het hoogheemraadschap Delfland.
Eens stond op de plaats van het verdwenen landhuis een sterk kasteel, dat meer dan zeven eeuwen geleden door een der Wassenaers zou zijn gesticht en dat eveneens "Rosenburch" (reuzenburcht) heette. In het begin van de Hoekse en Kabeljauwse twisten sloeg de jonge graaf Willem de Vijfde het beleg voor de burchten van opstandige edelen. "Binckhorst", "Polanen" en "Rosenburch" werden in 1350, na een veldtocht van zeven weken, belegerd en veroverd. De herinnering aan het beleg van kasteel "Rosenburch" en de strijd in deze streek vonden hun neerslag in deze sage.
De graaf die op het slot woonde, dat later "Rosenburch" zou heten, was door en door slecht. Nadat hij alle meisjes uit de streek had verleid, viel zijn oog op een prinsesje, dat met haar vader op het "Prinsenhof" woonde, aan de rand van een bos. Op een kwade morgen werd zij in het bos opgewacht door de boze graaf en zijn metgezellen en geschaakt. Vandaar de naam Schakenbos, zegt de volksmond. Dat bos, dat in de zeventiende eeuw nog veertig hectare groot was, is al lang gekapt, maar de herberg, die naar het bos was genoemd, bleef nog lang bestaan. De graaf was een wispelturig heer, want na een tijdje had hij genoeg van de prinses en zette hij haar buiten de poort van de burcht. Zij nam natuurlijk haar toevlucht tot haar vader, die niet wist waar ze al die tijd had gezeten en het gevolg was oorlog. De oude prins ging het kasteel van de graaf belegeren, maar hij moest het beleg opbreken. Daarop ging de graaf tot de aanval over, "Prinsenhof" werd verwoest en het prinsesje werd door de overwinnaar verbannen naar een huisje in het Schakenbos en daar werd haar zoontje geboren.
Jarenlang bracht de prinses met haar kind in het bos door, in armoe en ontbering, maar haar vroomheid was zo groot, dat de mensen uit de omtrek weldra van haar woning spraken als van het "Hemelrijk", een naam die het huis in later tijden behield.
Eens, toen zij met haar kind aan het wandelen was, ontmoette ze op de laan naar het "Prinsenhof" de boze graaf met twee van zijn ridders. Het kind had een roos geplukt, die het in de hand hield. Toen zijn moeder zei: "Geef dat roosje aan je vader", liep hij zonder een ogenblik te aarzelen op de graaf toe om hem die bloem te geven. Dat trof de graaf zo, dat hij tot inkeer kwam en het kind als het zijne erkende. Hij nam moeder en kind mee naar zijn kasteel, dat hij als aandenken aan die verzoening "Rozenburg" noemde. Als vergoeding voor het vele leed dat hij haar had aangedaan, stond de graaf de prinses toe om op de berg (een kleine heuvel) een kapel te stichten, waarin zij dagelijks voor het heil van zijn ziel kon bidden. Deze kapel, die aan de heilige Agatha was gewijd, is eveneens verdwenen. Zo verdwijnt er zo veel in en om Den Haag en ons rest slechts de herinnering.
(Veur)
Beschrijving
Bron
Naam Overig in Tekst
Wassenaer   
Hoekse   
Kabeljauwse   
Willem V   
Binckhorst   
Sint Agatha   
Naam Locatie in Tekst
Rosenburch   
Veutsestraatweg   
Leidschendam   
Delfland   
Wassenaar   
Polanen   
Prinsenhof   
Schakenbos   
Hemelrijk   
Den Haag   
's-Gravenhage   
Rozenburg   
