Hoofdtekst
Tien van Schiedam,
Negen kunnen toveren.
't Was dan ook een Schiedamse vrouw die zich beriep op het Hof van Holland om de doodstraf te ontgaan. De baljuw van Schiedam voerde zware beschuldigingen tegen haar aan. Hij was er zo vast van overtuigd dat die vrouw een gevaar voor de maatschappij opleverde, dat hij zelfs de procureur van het Hof op zijn hand wist te krijgen. Door het roeren van een tak in het water had zij een storm ontketend - zei de baljuw - waardoor een schip in volle zee was vergaan. Zij had ook verschillende kinderen uit een gezin betoverd en ze had, hoewel voor de mensen onzichtbaar, een dans uitgevoerd met de duivel, midden op het marktplein. Het Hof vond dit maar een duister geval. De rechters wilden het zekere voor het onzekere nemen en ze besloten daarom de verdachte vrouw op de pijnbank uit te strekken en even uit te rekken. De heks had echter, behalve een duivel om mee te dansen, ook een advocaat om het proces voor haar te voeren, en deze raadsman was niet van gisteren. Hij zocht het hogerop, de trappen van het Binnenhof op, tot waar het allerhoogste rechtscollege, de Hoge Raad der Nederlanden, zetelde. En zie, de allerhoogste aanklager, de advocaat-fiscaal, achtte de baljuw van Schiedam niet bevoegd in zaken van toverij en hij oordeelde dat het bewijsmateriaal niet steekhoudend was. De duivel verscheen niet als getuige à charge en de hoge heren rechters wilden alleen door hem worden overtuigd. Zij vernietigden daarom het vonnis van het Hof, spraken de vrouw vrij en veroordeelden de baljuw van Schiedam in de kosten van het geding, in de hoop dat hij deze dure grap niet voor de tweede keer zou uithalen.
Voorzichtiger geworden, vroeg de baljuw daarom nog in hetzelfde jaar aan het Hof van Holland of hij een vrouw, die op het water was blijven drijven nadat men haar erin had gestoten, mocht verbranden. Algemeen had men tot nu toe deze "waterproef" als een teken van schuld beschouwd. Het Hof echter was voorzichtiger geworden, de rechters waren zo gevoelig op hun vingers getikt door de Hoge Raad, dat zij zich niet aan dit water durfden branden. Zij vroegen dus raad aan de Leidse hoogleraren in de geneeskunde en de wijsbegeerte en in een even merkwaardig als klaar betoog bewezen de professoren dat een dergelijke proef niet steekhoudend was.
De baljuw van Schiedam wilde het maar niet opgeven, maar weer kwam het Hof tussenbeide en het laatste ooit in Holland gevoerde heksenproces eindigde dan ook met vrijspraak. Niemand minder dan de beroemde advocaat Jacobus Luyt, die Joost van den Vondel in de Palamedeszaak had verdedigd, wist deze vrijspraak te verkrijgen.
En Jacob Cats dichtte:
Ey siet na dat het Hof dit vonnis had gegeven,
Scheen alle spoockery als uyt het lant gedreven;
Het wijf dat voor een tijt van yeder wierd verfoeyt,
Bleef stil en sonder blaem, van niemant oyt gemoeyt.
Onderwerp
TM 3101 - Heks maakt kind (mens, dier) ziek   
Beschrijving
Bron
Commentaar
Naam Overig in Tekst
Hof van Holland   
Hoge Raad der Nederlanden   
Leids   
Jacobus Luyt   
Joost van den Vondel   
Palamedes   
Jacob Cats   
Naam Locatie in Tekst
Schiedam   
Binnenhof   
Leiden   
