Hoofdtekst
Een man hield het met een dienstbode, maar omdat hij een houten been had, was het bezwaarlijk om met haar mee naar boven naar het meidenkamertje te gaan. Daarom sprak hij af, dat de meid 's avonds laat beneden zou komen, (hij zou dan ook aan haar huis komen en) dan zouden ze het onder aan de trap doen. Dat was natuurlijk wel een beetje nauw, vooral vanwege zijn houten been; ze zetten dus de deur open en het spul begint. Onderwijl steekt zijn houten been naar buiten. Toevallig komt er een politieagent voorbij die tegen het been stoot. Die zegt: "Juffrouw, haal je sportkar binnen." "Hou je stil," zei de ander, "want mijn kleine jongen zit er nog in."
(Sportkar: kar met sporten, hier het houten been).
(Sportkar: kar met sporten, hier het houten been).
Beschrijving
Een man met een houten been, die met de dienstbode vrijt, doet het met haar onder de trap; daarbij steekt zijn houten been naar buiten. Een agent stoot zich aan eraan en zegt: "Juffrouw, haal je sportkar binnen." Daarop zegt de man: "Hou je stil; mijn kleine jongen zit er nog in."
Bron
Collectie Boekenoogen (archief Meertens Instituut)
Commentaar
eind 19e eeuw
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22