Hoofdtekst
Van den man die uit den hemel gevallen was.
Er was eens een boerin, een goeie, eenvoudige ziel, die naar de markt was geweest. Ze was al niet ver meer van huis, toen ze op den weg een jongen man vond die maar aldoor naar den hemel keek. "Wat zou dat beteekenen?" dacht het vrouwtje; en toen ze dicht bij hem was, vroeg ze: "Wel me jongen, wat kijk-je zoo naar de lucht? Is daar wat gebeurd?" "Och moeder," zei hij, "ik ben zoo pas uit den hemel gevallen, en nou kan ik het gat niet weeromvinden." "Zoo!" zei het vrouwtje, "ben-jij uit den hemel gevallen? Dan ben-je daarboven zeker wel goed bekend." "Natuurlijk!" zei de man. "Nou, ken-je dan misschien ook mijn zoon Kees, die goeie jongen, die verleden jaar gestorven is?" "Kees?" zei de man, "is dat je zoon? En vraag-je of ik dien ken? Wel mensch, dat is mijn naaste buurman!" "Wel, dat treft!" zei de vrouw, "en hoe gaat het met hem?" "Vrij wel, vrij wel! Alleen klaagde hij er verleden week over, dat al zijn kousen stuk waren; en de worst is op en de ham en de boter, maar anders gaat het hem heel goed." "Jongen, jongen! heb-hij niemand om zijn goed bij te houden?" "Nee," zei de man, "daar moet je in den hemel zelf voor zorgen." "En hij kan toch immers wel worst en boter kopen?" "Ja, die is wel te koop, maar het is alles schrikkelijk duur, en rijk heeft je zoon het niet." "Och, och, 't is toch erg dat Kees nou hij dood is nog gebrek moet lijden! En dat terwijl ik zoo best wat kan missen!" De man vertelde toen precies hoe het met Kees ging, en wat hij deed en waar hij woonde; maar eindelijk zei hij dat hij nu weg moest, omdat hij anders te laat in den hemel zou terugkomen. "Ga je dan zoo gauw weer naar den hemel terug?" vroeg de vrouw. "Ja zeker," zei hij. "Dan wil-je me zeker wel een grooten dienst bewijzen, omdat je Kees zoo goed kent. Ga dan even mee naar huis, dan zal ik wat voor hem inpakken en dat kun-je hem dan brengen." "Nou," zei de ander, "omdat het voor Kees is, zal ik het doen; maar ik zal er wel wat van moeten hooren dat ik zoo lang ben uitgebleven." Ze gingen toen samen naar de boerderij en de vrouw maakte daar twee pakjes klaar: een voor den man die uit den hemel gevallen was, voor zijn moeite, en het tweede voor Kees; maar dat voor Kees was het grootste. Toen gaf ze hem nog een zakje met geld om dat aan haar jongen te geven en daarop nam hij afscheid om de terugreis te ondernemen. Het vrouwtje keek hem na tot hij heelemaal uit het gezicht was en dacht: "Wat zal die goeie Kees blij wezen als zijn buurman thuis komt en hij hoort dat hij hier geweest is!"
Maar ze heeft nooit bericht gekregen dat Kees haar boodschap ontvangen had, en ze hebben mij onlangs verteld dat dat kwam omdat die man nog altijd het gat waar hij uitgevallen was niet heeft kunnen terugvinden.
Er was eens een boerin, een goeie, eenvoudige ziel, die naar de markt was geweest. Ze was al niet ver meer van huis, toen ze op den weg een jongen man vond die maar aldoor naar den hemel keek. "Wat zou dat beteekenen?" dacht het vrouwtje; en toen ze dicht bij hem was, vroeg ze: "Wel me jongen, wat kijk-je zoo naar de lucht? Is daar wat gebeurd?" "Och moeder," zei hij, "ik ben zoo pas uit den hemel gevallen, en nou kan ik het gat niet weeromvinden." "Zoo!" zei het vrouwtje, "ben-jij uit den hemel gevallen? Dan ben-je daarboven zeker wel goed bekend." "Natuurlijk!" zei de man. "Nou, ken-je dan misschien ook mijn zoon Kees, die goeie jongen, die verleden jaar gestorven is?" "Kees?" zei de man, "is dat je zoon? En vraag-je of ik dien ken? Wel mensch, dat is mijn naaste buurman!" "Wel, dat treft!" zei de vrouw, "en hoe gaat het met hem?" "Vrij wel, vrij wel! Alleen klaagde hij er verleden week over, dat al zijn kousen stuk waren; en de worst is op en de ham en de boter, maar anders gaat het hem heel goed." "Jongen, jongen! heb-hij niemand om zijn goed bij te houden?" "Nee," zei de man, "daar moet je in den hemel zelf voor zorgen." "En hij kan toch immers wel worst en boter kopen?" "Ja, die is wel te koop, maar het is alles schrikkelijk duur, en rijk heeft je zoon het niet." "Och, och, 't is toch erg dat Kees nou hij dood is nog gebrek moet lijden! En dat terwijl ik zoo best wat kan missen!" De man vertelde toen precies hoe het met Kees ging, en wat hij deed en waar hij woonde; maar eindelijk zei hij dat hij nu weg moest, omdat hij anders te laat in den hemel zou terugkomen. "Ga je dan zoo gauw weer naar den hemel terug?" vroeg de vrouw. "Ja zeker," zei hij. "Dan wil-je me zeker wel een grooten dienst bewijzen, omdat je Kees zoo goed kent. Ga dan even mee naar huis, dan zal ik wat voor hem inpakken en dat kun-je hem dan brengen." "Nou," zei de ander, "omdat het voor Kees is, zal ik het doen; maar ik zal er wel wat van moeten hooren dat ik zoo lang ben uitgebleven." Ze gingen toen samen naar de boerderij en de vrouw maakte daar twee pakjes klaar: een voor den man die uit den hemel gevallen was, voor zijn moeite, en het tweede voor Kees; maar dat voor Kees was het grootste. Toen gaf ze hem nog een zakje met geld om dat aan haar jongen te geven en daarop nam hij afscheid om de terugreis te ondernemen. Het vrouwtje keek hem na tot hij heelemaal uit het gezicht was en dacht: "Wat zal die goeie Kees blij wezen als zijn buurman thuis komt en hij hoort dat hij hier geweest is!"
Maar ze heeft nooit bericht gekregen dat Kees haar boodschap ontvangen had, en ze hebben mij onlangs verteld dat dat kwam omdat die man nog altijd het gat waar hij uitgevallen was niet heeft kunnen terugvinden.
Onderwerp
AT 1540 - The Student from Paradise (Paris)   
ATU 1540 - The Student from Paradise (Paris).   
Beschrijving
Een boerin ziet op een landweg een jongeman die naar de lucht staat te staren. Hij beweert dat hij door een gat uit de hemel is gevallen. De boerin vraagt of hij haar zoon Kees kent, die ook in de hemel is. De jongeman kent hem goed en vertelt dat Kees een tekort aan voedsel heeft. De boerin maakt voor de jongeman en Kees een pakketje eten klaar. Waarschijnlijk heeft de jongeman het gat in de hemel nog niet teruggevonden.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 15 (1903), pp. 187-188 N°41
Commentaar
1894
vgl. CBOEK049
The Student from Paradise (Paris)
Naam Overig in Tekst
Kees   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
