Hoofdtekst
Van de drie wenschen.
Daar was ereis een man en een vrouw en die waren nooit tevreden. Dan wilden ze dit en dan weer dat; en kregen ze hun zin, dan was het toch niet goed.
Eindelijk begon dat onzen Lieven Heer te vervelen en deze stuurde dus een engel naar hen toe om een eind aan het gemopper te maken. De engel zei: "Onze Lieve Heer heeft gemerkt dat je niet heelemaal tevreden bent en Hij vindt het alles behalve goed dat het je nooit naar den zin te maken is; en omdat Hij niet weet wat je eigenlijk wilt dat gebeuren zal, moet je het dan zelf maar zeggen." "Jij," zei hij tegen den man, "bent in alle gevallen nog de beste van de twee. Jij mag dus drie dagen achter mekaar een wensch doen; maar bedenk-je goed, want het gaat dadelijk in vervulling."
Den volgenden morgen lag hij nog te bed toen zijn vrouw al begon: "Nou, wensch nou wat; begin maar met veel geld te wenschen, of anders een mooi huis, of een groote buitenplaats, of...." "Mensch, schei uit. Ik heb nog geen eens eten gehad; ik wou veel liever dat ik eerst ereis wat te bikken had." Nauwelijks had hij dat gezegd, of er stond een tafel aangerecht. Wat was de vrouw nijdig! Maar er was niets aan te doen, en knorrig aten ze het eten op.
Den volgenden dag moest hij beter oppassen. Zij bracht hem dus dadelijk wat lekkers te eten en te drinken, en toen hij dat op had zei ze: "Nou, wensch nou! maar nou beter dan gister, want wat hebben we gehad? Ja, een lekkeren mond; maar wat heb-je daaran? Zoo zijn alle wenschen gedaan zonder dat het ons iets geeft. Kom, nou wensch-je maar geld hoor, en veel ook, want anders zal-je met mij te doen hebben! Toe dan, wensch nou! moet je je nou nog bedenken? Ik wou dat ik wenschen mocht: Ik zou beter oppassen. Ik zou ...." "Ik zou, ik zou!" zei de man, "jij zou niks, en ik wou voor mijn part dat jou hoofd vandaag maar ers anders stond."
De wensch werd dadelijk vervuld en het hoofd stond verkeerd op haar nek. Maar toen was er heelemaal geen huis met haar te houden. Den ganschen dag was het jammeren en klagen, en wilde de arme man ten minste nog wat aan zijn leven hebben dan bleef hem den derden dag niets anders over dan te wenschen dat zijn vrouw haar hoofd weer goed ging staan.
Daar was ereis een man en een vrouw en die waren nooit tevreden. Dan wilden ze dit en dan weer dat; en kregen ze hun zin, dan was het toch niet goed.
Eindelijk begon dat onzen Lieven Heer te vervelen en deze stuurde dus een engel naar hen toe om een eind aan het gemopper te maken. De engel zei: "Onze Lieve Heer heeft gemerkt dat je niet heelemaal tevreden bent en Hij vindt het alles behalve goed dat het je nooit naar den zin te maken is; en omdat Hij niet weet wat je eigenlijk wilt dat gebeuren zal, moet je het dan zelf maar zeggen." "Jij," zei hij tegen den man, "bent in alle gevallen nog de beste van de twee. Jij mag dus drie dagen achter mekaar een wensch doen; maar bedenk-je goed, want het gaat dadelijk in vervulling."
Den volgenden morgen lag hij nog te bed toen zijn vrouw al begon: "Nou, wensch nou wat; begin maar met veel geld te wenschen, of anders een mooi huis, of een groote buitenplaats, of...." "Mensch, schei uit. Ik heb nog geen eens eten gehad; ik wou veel liever dat ik eerst ereis wat te bikken had." Nauwelijks had hij dat gezegd, of er stond een tafel aangerecht. Wat was de vrouw nijdig! Maar er was niets aan te doen, en knorrig aten ze het eten op.
Den volgenden dag moest hij beter oppassen. Zij bracht hem dus dadelijk wat lekkers te eten en te drinken, en toen hij dat op had zei ze: "Nou, wensch nou! maar nou beter dan gister, want wat hebben we gehad? Ja, een lekkeren mond; maar wat heb-je daaran? Zoo zijn alle wenschen gedaan zonder dat het ons iets geeft. Kom, nou wensch-je maar geld hoor, en veel ook, want anders zal-je met mij te doen hebben! Toe dan, wensch nou! moet je je nou nog bedenken? Ik wou dat ik wenschen mocht: Ik zou beter oppassen. Ik zou ...." "Ik zou, ik zou!" zei de man, "jij zou niks, en ik wou voor mijn part dat jou hoofd vandaag maar ers anders stond."
De wensch werd dadelijk vervuld en het hoofd stond verkeerd op haar nek. Maar toen was er heelemaal geen huis met haar te houden. Den ganschen dag was het jammeren en klagen, en wilde de arme man ten minste nog wat aan zijn leven hebben dan bleef hem den derden dag niets anders over dan te wenschen dat zijn vrouw haar hoofd weer goed ging staan.
Onderwerp
AT 0750A - The Three Wishes   
ATU 0750A - The Three Wishes   
Beschrijving
Een ontevreden echtpaar krijgt een engel op bezoek: de man mag drie dagen achtereen een wens doen. De volgende ochtend begint de hebberige vrouw hem meteen op te jutten, waarop hij zegt: schei uit, ik zou eerst wel eens wat lekkers te eten willen hebben. Dit blijkt de eerste wens: een gedekte tafel verschijnt. De volgende morgen zorgt de vrouw dat de man meteen te eten heeft. Dan begint ze hem weer aan zijn kop te zeuren. De man wordt het beu en wenst dat het hoofd van zijn vrouw achterstevoren komt te staan, hetgeen geschiedt. De hele verdere dag loopt zij te klagen. De derde dag moet de man zijn laatste wens benutten om het hoofd van zijn vrouw weer recht te zetten.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 17 (1905), pp. 17-18 N°60
Motief
J2071 - Three foolish wishes.   
D1761.0.2 - Limited number of wishes granted.   
Commentaar
1903
vgl. CBAK0366
The Wishes
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
