Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BOEKV090 - Van drie matrozen.

Een sprookje (), 1800 - 1804

Hoofdtekst

Van drie matrozen.

Daar waren eenmaal drie matrozen, die waren verongelukt met een schip en die liepen en liepen al een dag of twee zonder bij een huis te komen. Ze kregen al erge honger, maar eindelijk zagen ze in de verte een licht.
Daar liepen ze heen; en toen ze er bij kwamen, zagen ze dat het een kasteel was. Ze schelden aan en de knecht kwam voor. Toen vroegen ze of ze hem daar ook herberg krijgen konden. "Ik zal het aan mijn heer vragen," zei deze. De knecht liep heen, en toen hij weerkwam zei hij dat zij zouden maar in huis komen. Ze gingen met in huis en de knecht bracht hen voort bij den heer in de kamer.
Terwijl zij daar bij den heer in de kamer zaten werd hun niet gevraagd of ze wat eten wilden, en de een zag op den ander. Na een tijd kwam de knecht en zette daar een tafeltje heen en hij deed daar een vork, een mes, een telder (1) en wat zout, en zette daar een stoel bij. Toen ging hij naar den schoorsteen, haalde er een stuk vleesch uit, waar het bloed uitliep, en hij lag het op dat tafeltje; en het zag er uit als menschenvleesch. Daarna werd er een vrouw binnengebracht, die zag er krekt uit als de geschilderde dood zoo bleek, en die werd daar bij dat tafeltje gezet. De vrouw nam een beetje van het vleesch en at dat op, en daarna werd ze weer weggebracht.
De matrozen waren natuurlijk bang en dorsten niets zeggen. Maar de heer zei: "Je hoeft niet bang te wezen. Denk-je dat je hier in een moordenaarshuis bent? Neen! praat maar vrij door." Toen werden ze wat levendiger, en de heer vertelde: "Ik ben een scherprechter en het is hier de mode dat als iemand overspel met een anderen man doet, dat dan die man terstond doodgehouwen moet worden en de vrouw hem dan opeten moet. Dat heeft die vrouw gedaan en we hebben den man in den schoorsteen gehangen, opdat hij wat langer duren zou, en we snijden er maar dikke stukken van opdat hij zoo gauw mogelijk opkomt." Toen werden ze veel vroolijker en spraken frisch door. De knecht bracht daarop ook voor hen wat eten, en dekte de tafel en bracht daar van allerlei lekkernijen op, die zij zich lieten smaken. Toen gingen ze liggen te slapen, en des morgens stonden ze weer op en wilden weer voort. De heer gaf hun wat reisgeld met en zij reisden verder en bedankten den heer zeer vriendelijk voor de goede behandeling die ze daar genoten hadden.

1. bord.

Onderwerp

AT 0992A - The Adulteress's Penance    AT 0992A - The Adulteress's Penance   

ATU 0992A - The Adulteress’s Penance.    ATU 0992A - The Adulteress’s Penance.   

Beschrijving

Drie gestrande matrozen zien een licht en komen bij een kasteel, waar aan tafel bij de heer, een scherprechter, een vrouw mensenvlees moet eten van de man, met wie ze overspel heeft gepleegd.

Bron

G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 17 (1905), pp. 62-63 N°70

Commentaar

1800-1804 (zie opm.)
Naar een tusschen 1800 en 1804 geschreven hs. met sprookjes. Het hs. werd mij welwillend ten gebruike afgestaan door de familie Brongers te Ezinge.

Het betreft een tekst die later is uitgegeven als Het Boek van Trijntje Soldaats.
The Adulteress's Penance

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20