Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BOEKV106 - Van den ijzeren ridder.

Een sprookje (tijdschriftartikel), 1902

Hoofdtekst

Van den ijzeren ridder.

Lang geleden woonden er overal in het land ridders, die zoowat den baas speelden over de andere menschen. Ik zal je van een daarvan wat vertellen. Die heette de ijzeren ridder, omdat hij altijd geharnast was, en hij was de schrik van de buurt.
Nou, die vrind woonde op een kasteel en daar sleepte hij alles heen wat hij roofde. De vrouwen die hij kon krijgen sloot hij op, en de kerels sloeg hij dood en gooide ze dan te water.
Op een kasteel in de buurt woonde een aardig meisje en daar werd de ijzeren ridder verliefd op; maar zij en haar vader wilden niets van hem weten.
Toen moest haar vader op een zekeren tijd van huis, ver weg, en de ander dacht toen: "Nou kan ik mijn slag slaan," en op een goeien dag kaapt hij haar weg. Hij wou maar dadelijk trouwen ook; maar daar verzette zij zich met alle macht tegen en ze wist het telkens en telkens weer uit te stellen. Maar ten laatste wilde de ridder van geen wachten meer weten: ze kreeg nog twee dagen tijd, maar geen uur langer. Wat zou ze er aan doen? Ze huilde en ze snikte, dat ieder in het slot er mee begaan was.
Nou had de ridder kort te voren een jongen kerel aangevallen en van kant gemaakt, zooals hij dacht tenminste, en toen in de gracht gegooid. Maar die knaap was niet dood: hij was in een onderaardsche gang gekropen en één van de vrouwen die in het slot opgesloten was had haar eten met hem gedeeld.
Die jongen dan hoorde ook wat er gaande was en hij maakte een plan. Even voordat de ridder bij het meisje zou komen, deed hij een laken over zijn hoofd en hield er een doodshoofd, met een kaars er in, boven, en toen de ijzeren ridder eindelijk zijn zin met het meisje meende te kunnen doen, kwam hij voor den dag. De ridder schrikte zoo geweldig, dat hij op den loop ging. De ander hem achterna, net zoo lang totdat de ridder het kasteel uitvloog, en toen gooide hij hem den doodskop nog na.
Daar stond de ijzeren ridder; maar toen hij weer bij zijn positieven kwam, dacht hij: wat ben ik toch een gek geweest. Dus hij probeerde om weer in het slot te komen.
Maar juist was ook de vader van het meisje weer thuisgekomen. Die hoorde wat er gebeurd was en ging toen natuurlijk regelrecht op het kasteel van den ijzeren ridder af. Daar vond hij hem buiten de poort, alleen. Toen is hij met hem gaan vechten en heeft hem doodgeslagen.
Zoo liep alles nog goed af, en het eind en slot was natuurlijk dat het meisje met haar redder trouwde.

Onderwerp

AT 0312 - The Giant-killer and his Dog (Bluebeard)    AT 0312 - The Giant-killer and his Dog (Bluebeard)   

ATU 0312 - Maiden-killer (Bluebeard)    ATU 0312 - Maiden-killer (Bluebeard)   

Beschrijving

Vanuit zijn kasteel rooft de IJzeren Ridder alles wat hij te pakken kan krijgen. Vrouwen sluit hij op, mannen vermoordt hij en gooit ze in de slotgracht. Hij heeft zijn zinnen gezet op een meisje uit de buurt, maar haar vader is er op tegen. Als de vader vertrekt om in een oorlog mee te vechten, ontvoert de IJzeren Ridder het meisje naar zijn kasteel. Hij wil met haar trouwen, maar zij vraagt steeds uitstel. Een jongen, door de IJzeren Ridder in de slotgracht gegooid, blijkt niet dood en dringt via een geheime gang het kasteel binnen om zich te wreken. Juist als de IJzeren Ridder zich van het huilende meisje meester wil maken, komt de jongen als spook verkleed te voorschijn en jaagt de geschrokken IJzeren Ridder zijn kasteel uit. Wanneer de IJzeren Ridder zich opmaakt om zijn eigen kasteel te bestormen, keert de vader van het meisje terug uit de oorlog en verslaat de IJzeren Ridder. Uiteindelijk trouwen het meisje en haar jonge redder met elkaar.

Bron

G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 18 (1906), pp. 27-28 N°80

Commentaar

1902
vgl. CBAK0311
The Giant-killer and his Dog (Bluebeard)

Naam Overig in Tekst

IJzeren Ridder    IJzeren Ridder   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20