Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BOEKV107 - Van een dappere meid.

Een sprookje (tijdschriftartikel), 1901

Hoofdtekst

Van een dappere meid.

In llpendam woonde in vroeger tijd een meid die nergens bang voor was. Ze diende in een herberg, en in zoo'n herberg wordt natuurlijk van alles verhandeld, en zoo kwam op een goeien avond het gesprek op de meid en dat ze zooveel courage had. "Nou," zei er op 't laatst een, "ik wed dat ze vanavond om elf uur niet naar het fort durft. Daar is een kerel opgehangen, en nou wed ik, dat ze dien zijn slaapmuts niet van zijn kop durft nemen en hier brengen." "Nou," zei de meid, "dat zou ook wat!" en zij er op af.
't Was stikdonker. Ze had een leertje meegenomen en dat zette ze er tegen aan en zoo klom ze stilletjes bij het schavot op. Maar net wou ze den man zijn slaapmuts afnemen, toen hoort ze stommelen en rommelen beneden. Zij buigt zich voorover en zeit: "Nee, nee hoor, je zult me niet bang maken; denk-je dat ik niet weet wie het is?" Maar het leven nam toe en op eene vloog er een kerel in den donker weg, zoo hard als hij loopen kon. "Dat's raar," dacht de meid. Ze klom dus naar beneden, en daar vond ze een paard aan het schavot vastgebonden. "Dat is geen eerlijk spel geweest," dacht ze, "en ik most het paard dus maar meenemen."
Ze kwam toen met de slaapmuts de herberg binnen, maar toen ze haar vroegen hoe ze dat gered had, zei ze: "Ja wel, maar ik [heb] nog een paard ook." Nou, ze gingen natuurlijk kijken, en dat paard had toch zoo'n kostbaar zaal en hoofdstel, dat ze er niets van begrepen.
Den volgenden dag stroomde het natuurlijk naar de herberg, want ieder wou er het zijne van hebben. De herberg begon te floreeren, want alleman wou het zien en vooral ook het verhaal uit de meid haar eigen mond vernemen. Maar na een poos raakte de geschiedenis weer in het vergeten boekje, en het zaal en het hoofdstel werden in de haverkist gesloten en het paard op stal gezet.
Maar wat gebeurt? Op een zondagmorgen, terwijl de baas en de vrouw naar de kerk waren, komt er iemand in de herberg. Hij bestelt een gelagje en begint over het geval te praten en vraagt of hij het paard ers zien mocht. "Wel ja," zeit de meid, "ga maar mee." Ze gingen naar de stal, maar pas hoort het paard de stem van den man of het begint te hinniken, en toen ze dichterbij kwamen, kon ze duidelijk merken, dat paard en man mekaar kenden. "Dat vertrouw ik niet," dacht ze. Een poos later zei de man: "Maar had dat paard geen zaal?" "Zeker," zei ze, "maar dat hebben we opgeborgen." "Mag ik dat ook ers zien?" "Wel zeker," zei ze; maar meteen dacht ze: "dan zal ik je wel krijgen." Nou was het een erg groote en diepe kist, en toen hij zich bukte om het zadel uit de kist te krijgen, pakte ze hem bij zijn broekspijpen, gooide hem er in en deed de kist op slot. Toen de baas thuiskwam, werden natuurlijk de dienders gehaald en toen bleek het dat de meid een gevaarlijk roover geknipt had.
Hij werd ingerekend en verhoord en veroordeeld om te worden opgehangen. Daags te voren vroegen ze of hij nog een wensch had. "Ja," zei hij, "ik wou die meid nog wel ereis spreken: ten eerste omdat ze zoo kordaat was bij dat lijk, en ten tweede omdat ze zich zoo bij de hand getoond heeft bij mij." De meid kwam. Hij prees haar om haar moed en zei: "Hier heb ik nog een ouwe jas: die is voor jou." De meid dacht: "'t Is niet veel bijzonders," maar ze pakte hem toch aan. Toen ze thuiskwam lachte ieder haar uit, want het was een oude, zware jas vol lappen. "Nou," zei ze, "beter mee verlegen als om verlegen; dan zal ik hem maar boven brengen."
Zoo gingen er een paar jaren voorbij en niemand dacht meer om de jas. Toen waren op een goeien dag de vrouw en de meid aan het kleerenverstellen. Nou kwamen ze voor een jasje van een der kinderen een lap te kort. "Laten we nou een stuk van den roover zijn jas nemen," zei de meid. De vrouw lachte, maar hij werd toch beneden gehaald. Ze tornde den naad los, en wat kwam er uit? Allemaal bankjes en gouden tientjes en ander geld, zoodat de meid op eens schatrijk was.

Onderwerp

SINAT 0999 - Andere Räubergeschichten    SINAT 0999 - Andere Räubergeschichten   

Beschrijving

De onverschrokken meid van een herberg wordt uitgedaagd om 's nachts de muts van een opgehangen kerel te gaan halen. De meid is niet bang, maar terwijl ze bezig is, bemerkt ze beweging onderaan de galg. Als ze roept dat men haar toch niet bang kan maken, vlucht er een man weg. Er blijkt een paard aan de galg gebonden te zijn, dat ze ook meeneemt. Iedereen komt naar het paard kijken, dat een kostbaar zadel en hoofdstel draagt. Als de belangstelling afneemt, gaan zadel en hoofdstel in de haverkist. Later dient zich een man aan die navraag doet naar het paard. De meid merkt dat man en paard elkaar kennen. Als de man vraagt naar zadel en hoofdstel, neemt zij hem mee naar de haverkist, en zodra hij zijn spullen wil pakken, gooit zij hem in de kist en sluit hem op. De man wordt door de politie meegenomen en blijkt een gevaarlijke rover te zijn. Voordat hij wordt opgehangen, toont de rover ontzag voor de meid en vraagt haar nog een keer te spreken. Na afloop van het gesprek geeft hij haar zijn jas. Aangezien de jas niets bijzonders is, wordt hij weggehangen. Als de meid later de jas wil verknippen voor verstelwerk, komt er een fortuin aan munt- en papiergeld uit de naden vallen. Sindsdien was ze rijk.

Bron

G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 18 (1906), pp. 28-30 N°81

Commentaar

1901
vgl. CBAK0221
Andere Räubergeschichten

Naam Locatie in Tekst

Ilpendam    Ilpendam   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20