Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

BOEKV132 - Van het gewaande spook.

Een sprookje (tijdschriftartikel), maandag 06 januari 1902

Hoofdtekst

Van het gewaande spook.

Zooals je weet waren er vroeger veel sluikers (1). Dat zat hem in de hooge accijnsen, tegenwoordig hoor-je daar dus veel minder van, ten minste bij ons in de buurt.
Nou was er indertijd een dorp waar het spookte in de kerk.
Iederen nacht was het een leven van heb ik jou daar. Er werd in de buurt gewaakt en dan hoorden ze om twaalf uur een gebrul als van een wild beest. Maar niemand durfde dan de kerk in.
Eindelijk kwam er iemand in het dorp die niet bang van spoken was, en die zei dat hij wel eens zou zien wat dat voor een geweld in de kerk was. Hij ging dus 's avonds naar binnen en wachtte af wat er zou gebeuren. Om middernacht kwam er eerst een groot gebrul onder den preekstoel vandaan en kort daarna kwam er een beer te voorschijn. Hij aan den loop en de beer hem achterna. Maar hij deed het niet uit bangigheid. Op eens draaide hij zich om en pakte den beer bij zijn staart. Die ging op zijn achterste pooten staan en ze begonnen samen te worstelen. Het volk buiten hoorde dat wel, maar was doodsbenauwd. Toen werd alles stil en hoorden ze niets meer.
Den volgenden morgen kwam de reden daarvan aan het licht. Er zou dien dag iemand begraven worden en dat gebeurde toen nog altijd in de kerk. Toen men nu 's morgens in de kerk ging kijken, wat zag men toen? De man en de beer lagen samen in het versche graf, waar ze niet uit hadden kunnen komen. De beer was echter geen beer en ook geen spook, maar het was de zoon van den burgemeester. Wanneer 's nachts het volk en de politie bij de kerk was vanwege het gewaande spook, dan maakten hij en zijn maats van de gelegenheid gebruik om te sluiken.

1. smokkelaars

Beschrijving

Elke nacht spookt het in de kerk: er klinkt het geluid van een wild dier. Niemand durft naar binnen, maar op een keer heeft iemand lef genoeg om er 's nachts te blijven. Onder de preekstoel komt een brullende beer vandaan. De man worstelt met de beer. Buiten hoort het volk het lawaai, maar opeens wordt het stil. 's Ochtends durft men te gaan kijken. In een pas gedolven graf liggen de man en de beer. De beer blijkt de vermomde zoon van de burgemeester te zijn. Hij joeg de mensen angst aan om met zijn kameraden te kunnen smokkelen.

Bron

G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 19 (1907-1908), pp. 61-62 N°105

Commentaar

[6 januari 1902 in brief van 25 april] 1902
vgl. CBAK0319

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:20