Hoofdtekst
Van kollen kan de geest het lichaam verlaten. B.
Op Terschelling had een jonge boer verkeering met een meisje dat niet alleen rijk, maar ook mooi was, en waar hij dus razend veel van hield. Op een goeden dag zei een kennis tegen hem: "Jan," zei hij, want Jan heette die jongen; "Jan, je hebt een beste meid, maar het is een kol." "Ben-je mal?" zei hij. "Nou," zei de ander, "als je me niet gelooven wilt, dan moet je maar eens naar haar huis gaan als ze je niet te verwachten is."
Dat deed hij. Op een avond, toen hij wist dat ze al te bed waren, ging hij er heen. Wat of hij zoo laat nog moest doen? Nou, hij moest zijn meisje noodzakelijk spreken.. Ja, die lag al te bed; maar hij moest er maar naar toe gaan: ze zouden mekaar niet bijten. Hij komt bij het bed en ja, ze lag te slapen. Hij roept haar bij haar naam, maar ze geeft geen antwoord. Hij stoot haar eens aan, hij schudt haar heen en weer, maar er was geen leven in te krijgen. "Dat 's raar," dacht hij. Dus hij ging op het beddebankje zitten en ging aandachtig zitten kijken. Op eens hoort hij krabbeldekrabbel, net of er een muis bij den wand neerging. En dat was ook zoo, want meteen zag hij een muis regelrecht naar den mond van het meisje loopen en daar inspringen. Een oogenblik later begon ze diep te ademen en werd ze wakker. Toen deed hij quasi zijn boodschap en ging weg zonder wat te laten blijken. Maar hij moest er meer van hebben. Een paar dagen later, toen haar vader en moeder uit waren en het al knapjes laat was, ging hij er weer op af. Zij zat op een stoel te slapen, met een stoof onder haar voeten. Maar wat hij deed of niet en deed, zij bleef slapen. Hij ging dus weer zitten kijken. En jawel, niet lang daarna sprong er een groote vonk uit den vuurpot net in haar mond. Toen zuchtte ze en kwam weer bij. Hij wist toen genoeg en heeft op staanden voet het engagement afgebroken.
Op Terschelling had een jonge boer verkeering met een meisje dat niet alleen rijk, maar ook mooi was, en waar hij dus razend veel van hield. Op een goeden dag zei een kennis tegen hem: "Jan," zei hij, want Jan heette die jongen; "Jan, je hebt een beste meid, maar het is een kol." "Ben-je mal?" zei hij. "Nou," zei de ander, "als je me niet gelooven wilt, dan moet je maar eens naar haar huis gaan als ze je niet te verwachten is."
Dat deed hij. Op een avond, toen hij wist dat ze al te bed waren, ging hij er heen. Wat of hij zoo laat nog moest doen? Nou, hij moest zijn meisje noodzakelijk spreken.. Ja, die lag al te bed; maar hij moest er maar naar toe gaan: ze zouden mekaar niet bijten. Hij komt bij het bed en ja, ze lag te slapen. Hij roept haar bij haar naam, maar ze geeft geen antwoord. Hij stoot haar eens aan, hij schudt haar heen en weer, maar er was geen leven in te krijgen. "Dat 's raar," dacht hij. Dus hij ging op het beddebankje zitten en ging aandachtig zitten kijken. Op eens hoort hij krabbeldekrabbel, net of er een muis bij den wand neerging. En dat was ook zoo, want meteen zag hij een muis regelrecht naar den mond van het meisje loopen en daar inspringen. Een oogenblik later begon ze diep te ademen en werd ze wakker. Toen deed hij quasi zijn boodschap en ging weg zonder wat te laten blijken. Maar hij moest er meer van hebben. Een paar dagen later, toen haar vader en moeder uit waren en het al knapjes laat was, ging hij er weer op af. Zij zat op een stoel te slapen, met een stoof onder haar voeten. Maar wat hij deed of niet en deed, zij bleef slapen. Hij ging dus weer zitten kijken. En jawel, niet lang daarna sprong er een groote vonk uit den vuurpot net in haar mond. Toen zuchtte ze en kwam weer bij. Hij wist toen genoeg en heeft op staanden voet het engagement afgebroken.
Onderwerp
SINSAG 0591 - Die Seele der Hexe verlässt den Körper in Tiergestalt (als Lichtlein)
  
Beschrijving
Een boerenjongen heeft verkering met een mooie en rijke boerenmeid. De jongen wordt echter gewaarschuwd dat zijn meisje een kol is. Om de proef op de som te nemen, moet hij haar maar eens onverwachts bezoeken. Laat in de avond bezoekt hij haar. Het meisje is niet wakker te krijgen totdat er een muis in haar mond springt. Dan wordt ze wakker. Later bezoekt hij haar nog eens. Ze zit op een stoel te slapen met haar voeten op een stoof. Ze wordt pas wakker als er een vonk uit de stoof in haar mond vliegt. De jongen weet nu zeker dat zijn meisje een kol is en verbreekt de verkering.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 20 (1909), pp. 61-62 N°123B
Commentaar
[2 april] 1903
[Informant uit Uitdam (90 jaar oud)], grootvader van Terschelling
vgl. CBAK0386
vgl. CBAK0386
Die Seele der Hexe verlässt den Körper in Tiergestalt (als Lichtlein)
Naam Overig in Tekst
Jan   
Naam Locatie in Tekst
Terschelling   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
