Hoofdtekst
Van kollen die in veranderde gedaante worden verwond. A1.
Een man was 's avonds aan het pannekoek bakken. Hij had den pot met beslag en het pannetje met kokende olie naast zich staan. Terwijl hij zoo bezig is, komt er een kat binnen en zegt: "Pannekoeken bakken en meel borgen kan ik ook wel!" Toen wordt de man zoo nijdig dat hij de kokende olie over de kat gooit. Den volgenden dag vertelde zijn buurman dat zijn vrouw 's avonds gezond te bed was gegaan, maar wakker was geworden overdekt met brandwonden. Die buurvrouw was dus een kol.
Een man was 's avonds aan het pannekoek bakken. Hij had den pot met beslag en het pannetje met kokende olie naast zich staan. Terwijl hij zoo bezig is, komt er een kat binnen en zegt: "Pannekoeken bakken en meel borgen kan ik ook wel!" Toen wordt de man zoo nijdig dat hij de kokende olie over de kat gooit. Den volgenden dag vertelde zijn buurman dat zijn vrouw 's avonds gezond te bed was gegaan, maar wakker was geworden overdekt met brandwonden. Die buurvrouw was dus een kol.
Onderwerp
SINSAG 0621 - Die Frau backt Kuchen   
Beschrijving
Een man bakt 's avonds pannekoeken. Een kat komt binnen en maakt als opmerking: "Pannekoeken bakken en meel borgen kan ik ook wel". Boos gooit de man kokende olie naar de kat. De volgende dag hoort de man van zijn buurman dat de buurvrouw met brandwonden wakker geworden is. De buurvrouw blijkt dus een kol te zijn.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 20 (1909), p. 63 N°124A1
Commentaar
[21 september] 1899
[Informant uit Uitdam (roeier)]
vgl. CBAK0022 (SWATER49)
vgl. CBAK0022 (SWATER49)
Die Frau backt Kuchen. Sie leiht Butter von ihrer Nachbarin, die sie in Tiergestalt verspottet. Das Tier wird durch heisses Wasser (Teig) verbrüht; die Nachbarin zeigt Brandwunden.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
