Hoofdtekst
Van kollen die in veranderde gedaante worden verwond. A2.
Er was eens een vrouw, die meel kwam halen bij haar buurvrouw. "Dag," zei ze, "vrouw," zei ze, "mijn," zei ze, "man," zei ze, "zal," zei ze, "wel," zei ze, "betalen," zei ze. Van dat meel bakte ze pannekoeken. Maar terwijl ze daarmee bezig was, kwam er een kat bij haar, die een gouden ring aan den poot had. Dat vertrouwde ze niet; want menschen dragen ringen, maar katten niet. Ze pakte het beest dus beet, sneed zijn poot af en gooide dien in de kokende olie. Den volgenden dag vroeg ze hoe het met buurvrouw was. Die lag ziek te bed met een zeere hand en brandwonden.
Er was eens een vrouw, die meel kwam halen bij haar buurvrouw. "Dag," zei ze, "vrouw," zei ze, "mijn," zei ze, "man," zei ze, "zal," zei ze, "wel," zei ze, "betalen," zei ze. Van dat meel bakte ze pannekoeken. Maar terwijl ze daarmee bezig was, kwam er een kat bij haar, die een gouden ring aan den poot had. Dat vertrouwde ze niet; want menschen dragen ringen, maar katten niet. Ze pakte het beest dus beet, sneed zijn poot af en gooide dien in de kokende olie. Den volgenden dag vroeg ze hoe het met buurvrouw was. Die lag ziek te bed met een zeere hand en brandwonden.
Onderwerp
SINSAG 0621 - Die Frau backt Kuchen   
Beschrijving
Een vrouw haalt meel bij haar buurvrouw, op belofte dat haar man het later zal betalen. Tijdens het pannekoeken bakken komt er een kat binnen met een gouden ring aan zijn poot. De vrouw vermoedt dat het een kol is. Ze slaat de kat een poot af en gooit er kokende olie overheen. De volgende ochtend ligt de buurvrouw ziek in bed: ze heeft een zere hand en brandwonden.
Bron
G.J. Boekenoogen 'Nederlandse sprookjes en vertelsels' in: Volkskunde 20 (1909), p. 63 N°124A2.
Commentaar
1899
vgl. CBAK0141 (& CBAK0544 & SWATER49)
Die Frau backt Kuchen. Sie leiht Butter von ihrer Nachbarin, die sie in Tiergestalt verspottet. Das Tier wird durch heisses Wasser (Teig) verbrüht; die Nachbarin zeigt Brandwunden.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:20
