Hoofdtekst
Die .IX. cluchte.
Op eenen tijt hadde een man eenen costelijcken steen van .XL. gulden gecocht ende gaf den selven steen sijnder huysvrouwen te bewaren. Het quam op eenen tijt dat haer na sallaet luste, dat een vrouwe seer schoen sallaet bracht, als kersse, latouwe, jonghe cruydekens. Ende als si coopen woude en had si gheen gelt ende gaf den costelijcken steen der selver vrouwen om dat sallaet. Dese en was ooc niet wijs, dier men meer vint.
Op eenen tijt hadde een man eenen costelijcken steen van .XL. gulden gecocht ende gaf den selven steen sijnder huysvrouwen te bewaren. Het quam op eenen tijt dat haer na sallaet luste, dat een vrouwe seer schoen sallaet bracht, als kersse, latouwe, jonghe cruydekens. Ende als si coopen woude en had si gheen gelt ende gaf den costelijcken steen der selver vrouwen om dat sallaet. Dese en was ooc niet wijs, dier men meer vint.
Beschrijving
Een man geeft zijn vrouw een edelsteen in bewaring. Op een dag krijgt zij trek in sla en juist op dat moment komt er een koopvrouw langs met diverse soorten sla. Omdat ze geen geld heeft geeft ze de edelsteen aan de koopvrouw.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 30.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22