Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT017

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .XV. cluchte.

Men trock eens ter orlogen met grooter macht ende geweere. Ende daer stont eenen sot die vraechde wat dat voor een leven ware. Men antworde dat men ter orlogen troc. Die sot sprack: 'Wat doet men daer?' Si antworden: 'Men verbrant die dorpen ende wint steden ende verderft wijn ende coren ende slaen den anderen doot.' Die sot seyde: 'Waerom geschiet dat?' Die ander seyden: 'Omdat men vrede maken soude.' Doen sprack die sot: 'Het waer beter dat men te voren vrede maecte opdat de schade voorhoedt bleef. Daerom ben ic wijser dan u heeren sijn. Waer 't dattet mi aenginck, so soude ick vóór die schade vrede maken ende niet daer na, als si geschiet is.'

Beschrijving

Als een leger op het punt staat uit te rukken vraagt een zot wat de plannen zijn. Het antwoord luidt: oorlog voeren, steden innemen, mensen doodslaan, alles platbranden. Waar is dat goed voor, vraagt de zot. Voor de vrede, luidt het antwoord. Hierop vraagt de zot zich af of het niet verstandiger is vrede te stichten alvorens al die schade aan te richten.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 39.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22