Hoofdtekst
Die .XXI. cluchte.
Op eenen tijt was een ridder die eenen sot hadde. Het gheviel eens dat die sot sieck worden. Ende als sijn heer voorby hem ginck, so trooste hy hem ende sprac: 'HEYNE, swijcht stil, wy willen schier by Godt varen.' Ende nadat de heere dat woort dickwils tot hem gheseet hadde, antwoorden die sot eens: 'Ick en wil niet by Godt varen.' Die heer seide: 'Waerom en wildy niet by Godt varen?' Hy antwoorden: 'Daerom: ghi en wilt er toch selve niet varen. Ghi wilt in die helle varen, daer wil ick oock henen varen. Gelijck ick op aertrijck bi u ben geweest, so wil ick oock bi u in der hellen blyven.' Die heer seyde tot die sot: 'Hoe weet ghi dat ick in de hel sal varen?' Die sot antwoorde: 'Alle die luyden die in uwen landen sijn die seggen 't. Ghi sijt een boos man, ghi doet dit ende dat ende diergelijcken ende gheen quaet mensch en coemt bi God en 't hemelrijck.' Die ridder nam des sotten woort aen ende beterde hem ende worde een goet man.
Op eenen tijt was een ridder die eenen sot hadde. Het gheviel eens dat die sot sieck worden. Ende als sijn heer voorby hem ginck, so trooste hy hem ende sprac: 'HEYNE, swijcht stil, wy willen schier by Godt varen.' Ende nadat de heere dat woort dickwils tot hem gheseet hadde, antwoorden die sot eens: 'Ick en wil niet by Godt varen.' Die heer seide: 'Waerom en wildy niet by Godt varen?' Hy antwoorden: 'Daerom: ghi en wilt er toch selve niet varen. Ghi wilt in die helle varen, daer wil ick oock henen varen. Gelijck ick op aertrijck bi u ben geweest, so wil ick oock bi u in der hellen blyven.' Die heer seyde tot die sot: 'Hoe weet ghi dat ick in de hel sal varen?' Die sot antwoorde: 'Alle die luyden die in uwen landen sijn die seggen 't. Ghi sijt een boos man, ghi doet dit ende dat ende diergelijcken ende gheen quaet mensch en coemt bi God en 't hemelrijck.' Die ridder nam des sotten woort aen ende beterde hem ende worde een goet man.
Beschrijving
Als de zot van een edelman ziek wordt en zijn heer heeft het over naar God gaan, dan antwoordt de zot dat hij niet naar God wil gaan. Waarom niet, vraagt zijn heer. Ik wil naar de hel, want ik wil bij u blijven, en u gaat naar de hel, althans dat zegt iedereen. Hierop betert de heer zijn leven.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 46.
Naam Overig in Tekst
God   
Naam Locatie in Tekst
Heyne   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
