Hoofdtekst
Die .XXII. cluchte.
Ic heb voor de waerheyt hooren seggen dat die hoochgeboren vorst van SASSEN eenen sot hadde die geheeten worde CLAEUS NAR, van welcke veel te schryven ware. Op eenen tijt is 't geschiet dat de vorst op sinen wagen sijnder derde oft vierde reet, ende als den sot sinen nootdruft so gedwongen heeft, dat hem onder een stuc uutgeborsten is, waer af dattet op den wagen seer stanck. Ende die vorst ende een heere heeft den anderen gevraecht wat toch so qualijck stonck, maer gheen van huer allen en heeft er niet af geweten. Ten leetsten heeft de vorst geseet: 'Ick soude wel dorven wedden dat die sot in die broecke heeft gescheten.' Die sot was terstont daer ende sprack: 'Wedt vry dat, wedt, ghi winne 't!' Want die vorst hiet hertoch FREDRYCK. Ende die sot had in de broeck gesceten. Daerom hiet hi hem wedden, want hi wist wel dat hij 's niet en verlose.
Ic heb voor de waerheyt hooren seggen dat die hoochgeboren vorst van SASSEN eenen sot hadde die geheeten worde CLAEUS NAR, van welcke veel te schryven ware. Op eenen tijt is 't geschiet dat de vorst op sinen wagen sijnder derde oft vierde reet, ende als den sot sinen nootdruft so gedwongen heeft, dat hem onder een stuc uutgeborsten is, waer af dattet op den wagen seer stanck. Ende die vorst ende een heere heeft den anderen gevraecht wat toch so qualijck stonck, maer gheen van huer allen en heeft er niet af geweten. Ten leetsten heeft de vorst geseet: 'Ick soude wel dorven wedden dat die sot in die broecke heeft gescheten.' Die sot was terstont daer ende sprack: 'Wedt vry dat, wedt, ghi winne 't!' Want die vorst hiet hertoch FREDRYCK. Ende die sot had in de broeck gesceten. Daerom hiet hi hem wedden, want hi wist wel dat hij 's niet en verlose.
Beschrijving
Hertog Frederik van Saksen reist met een paar heren en Claeus Nar met hoge nood op een wagen. Op een gegeven moment begint het vreselijk te stinken. De heren kijken elkaar aan, en dan zegt Frederik: Ik wed dat de nar in zijn broek heeft gescheten. "Wedden Frits", reageert, de nar, die weet dat zijn heer niet kan verliezen.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 694.
Naam Overig in Tekst
Fredryck van Sassen   
Claeus Nar   
Frits   
Frederik van Saksen   
Klaas Nar   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
