Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT025

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .XXIII. cluchte.

Men seet van den selven CLAEUS NAR dat hem die vorst altijt een cleyn peerdeken heeft ghehouden. Ende op een tijt heeft sijn peert gehinct, dat hem een ander edelman achter op sijn peert heeft geset. Ende den sot is weder die noot aengecomen om sijn gevoech te doen, dat hem eenen cleynen veest ontvoer. Dat heeft die edelman gehoort ende heeft den sot van dat peert geworpen ende geseyt: 'Soudy schijten, so moet ghi te voet loopen.' Die sot heeft dat gevaet ende als hi hierna op sijn cleyn peerdeken reet ende dat perdeken oock scheet, dat de sot hoorden, is hi daer af gesprongen ende heeft den sadel afgedaen ende dien op sijn hooft ghenomen ende so dat perdeken met een roede voor hem gedreven ende geseet: 'Also doet men eenen die schijt. Condy schijten, so moet ghi ooc te voete loopen.' Die sot meynden, omdat dat peert geenen sadel op en hadde, dattet te voet ginck, ende dat hy reet als hi den sadel op sijn hooft hadde.

Beschrijving

Claeus Nar had een eigen klein paardje. Maar toen dat hinkte nam iemand anders hem achterop. Claeus had hoge nood en liet een wind. Als je moet schijten ga je maar lopen, zei de ruiter en gooide hem van zijn paard. Toen hij weer op zijn eigen paardje zat en zijn paard een wind liet, haalde hij het zadel van zijn paard, legde dat op zijn hoofd, en zei: Als je moet schijten ga je maar lopen. Hij dacht dat hij reed omdat hij het zadel op zijn kop had, en dat zijn paard liep omdat het geen zadel had.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 695.

Naam Overig in Tekst

Claeus Nar    Claeus Nar   

Klaas Nar    Klaas Nar   

Claes Nar    Claes Nar   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22