Hoofdtekst
Die .XXVII. cluchte.
Men leest van eenen boer dye met recht voor eenen sot mach gehouden zijn. Hi hadde een hinne de alle daghe een ey leyde. Dye boer dachte: 'Si moet wel een oft twee hondert eyeren in 't lijf hebben; had ic se al op één mael, soe mocht ick daer yet af maken, want één ey en can niet helpen; ghy sult se dooden.' Hy ghinck ende dooden se ende dede se open ende en vant nyet in haer. Alzoe verloos hi die hinne ende de eyeren. Aldus gheschiet veel ghierighen die te vroech rijck worden willen ende die te veel willen hebben dat sy niet en crijghen.
Men leest van eenen boer dye met recht voor eenen sot mach gehouden zijn. Hi hadde een hinne de alle daghe een ey leyde. Dye boer dachte: 'Si moet wel een oft twee hondert eyeren in 't lijf hebben; had ic se al op één mael, soe mocht ick daer yet af maken, want één ey en can niet helpen; ghy sult se dooden.' Hy ghinck ende dooden se ende dede se open ende en vant nyet in haer. Alzoe verloos hi die hinne ende de eyeren. Aldus gheschiet veel ghierighen die te vroech rijck worden willen ende die te veel willen hebben dat sy niet en crijghen.
Beschrijving
Een zotte boer is niet tevreden met één ei per dag, en daarom snijdt hij de kip open in de hoop er een hele boel te vinden.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 53.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22