Hoofdtekst
Die .XXVIII. cluchte.
Een priester worde by eenen bisschop gheaccuseert dat hi so ongheleert was. Die bisschop seyde tot hem hoe hi zijn kercke soe slechtelijck versaghe, hi soude se moeten overgheven ende veranderen. Die priester seyde: 'Geerne Heer, laet my bisschop zijn, ick geve u die kercke over.'
Een priester worde by eenen bisschop gheaccuseert dat hi so ongheleert was. Die bisschop seyde tot hem hoe hi zijn kercke soe slechtelijck versaghe, hi soude se moeten overgheven ende veranderen. Die priester seyde: 'Geerne Heer, laet my bisschop zijn, ick geve u die kercke over.'
Beschrijving
Een priester wordt bij de bisschop aangeklaagd dat hij zijn kerk zo slecht verzorgt. De bisschop gaat naar hem toe en zegt hem dat hij zijn kerk moet overdragen en wat anders gaan doen. Goed, zegt de priester, hier heb je de kerk, word ik bisschop.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 78.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22