Hoofdtekst
Van den boosen geest.
Die .XXIX. cluchte.
Een schultbode ginck over lant om van eenen boer gelt in te nemen. Doen quam de duyvel in eender boeren gedaente tot hem ende ghinghen also metten anderen. Als si door een dorp ghinghen weende een kindt, daerop dat dye moeder gram worden [is] ende sprack: 'Nu eedt, dat u dye duyvel halen moet.' Die schultbode seyde tot den duyvel: 'Hoort ghi niet dat men u daer een kint gheeft? Waerom en neemt ghi 's niet?' Die duyvel seyde: 'Die moeder is gram, sy en meyne 's nyet.' Si quamen voorder daer een groote cudde vercken op 't velt waren. Daer was één ter siden af gheloopen, alsoe dat de herder hem naliep ende seyde: 'Dat u die duyvel halen moet als verckens.' Die schultbode sprack: 'Dat is wederom u. Waerom en neemt ghy 's niet?' Die duyvel sprack: 'Wat soude ick metten vercken doen? Want naem ick se, so soude se die arme herder betalen moeten.' Sy quamen tot aen den hof daer die schultbode ghelt soude halen. Daer stont die boer in die schuere en dorsten. Als hi den schultbode sach comen, vloecte ende sprac: 'Wel heer, in alder duyvelen name, dat u den duvel wechvoeren moet!' Die duvel seyde totten schultbode: 'Hoort ghi wat die boer seet, dien is 't ernst, [d]aerom moet ghi met my.' Ende voerde hem soe wech.
Die .XXIX. cluchte.
Een schultbode ginck over lant om van eenen boer gelt in te nemen. Doen quam de duyvel in eender boeren gedaente tot hem ende ghinghen also metten anderen. Als si door een dorp ghinghen weende een kindt, daerop dat dye moeder gram worden [is] ende sprack: 'Nu eedt, dat u dye duyvel halen moet.' Die schultbode seyde tot den duyvel: 'Hoort ghi niet dat men u daer een kint gheeft? Waerom en neemt ghi 's niet?' Die duyvel seyde: 'Die moeder is gram, sy en meyne 's nyet.' Si quamen voorder daer een groote cudde vercken op 't velt waren. Daer was één ter siden af gheloopen, alsoe dat de herder hem naliep ende seyde: 'Dat u die duyvel halen moet als verckens.' Die schultbode sprack: 'Dat is wederom u. Waerom en neemt ghy 's niet?' Die duyvel sprack: 'Wat soude ick metten vercken doen? Want naem ick se, so soude se die arme herder betalen moeten.' Sy quamen tot aen den hof daer die schultbode ghelt soude halen. Daer stont die boer in die schuere en dorsten. Als hi den schultbode sach comen, vloecte ende sprac: 'Wel heer, in alder duyvelen name, dat u den duvel wechvoeren moet!' Die duvel seyde totten schultbode: 'Hoort ghi wat die boer seet, dien is 't ernst, [d]aerom moet ghi met my.' Ende voerde hem soe wech.
Onderwerp
AT 1186 - With his Whole Heart   
ATU 1186 - The Devil and the Lawyer   
Beschrijving
Een schuldinner op weg naar een boer krijgt gezelschap van een duivel in mensengedaante. In een dorp horen zij een boze moeder haar kind vervloeken omdat het niet wil eten. Er wordt je een kind aangeboden, zegt de schuldinner tegen de duivel. De moeder is boos, ze meent het niet. Even verder horen zij een herder een varken vervloeken dat van de kudde is afgedwaald. Er wordt je een varken aangeboden, zegt de schuldinner tegen de duivel. Wat moet ik met een varken, zegt de duivel. Dan komen ze bij de moer bij wie hij een schuld moet innen. De duivel hale je, zegt de boer tegen de schuldinner. Deze meent het, zegt de duivel, en hij neemt hem mee naar de hel.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 81.
With his Whole Heart
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
