Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT033

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .XXX. cluchte.

Een dochter hadde gedient in een stat daer si veel aenvechtinghen leedt van de ghesellen. Ten laetsten ginck si haer op een slot verhueren. Als si uut woude gaen, quam haer die duyvel by eenen eycke tegen, in die ghedaente eens mans, ende vraechde haer waer si henen woude. Die dochter seyde 't hem. Die duyvel sprack: 'Ic en souts niet doen, de ruyters sijn moetwillige lieden, het sal u berouwen.' Sy antwoorde: 'Neen, ick wil my voor hen wachten.' Eer een half jaer om quam, ghinck si met kinde. Ende men gaf haer orlof, want si en cost den arbeyt niet gedoen. Als si den berch af ghinc, quam sy totten eycke. Daer de duivel was ende vraechde haer wederom waer om dat si weende. Die dochter antwoorde: 'Ic gae met een kinde. Die duyvel, meyne ic, heeft my geraden dat ick oyt op slot ghedient hebbe.' Doen sloech haer die duyvel voor haer bachuys ende sprack: 'Ghi liecht! Ic heb 't u ontraeden by desen eyckenboom, als ghi op gaen wout.'

Beschrijving

Een dienstmeisje wordt lastiggevallen in haar betrekking en besluit zich te verhuren op een kasteel. Op weg daarheen waarschuwt de duivel in mensengedaante haar voor de ruiters op het kasteel en raadt haar de betrekking af. Het meisje zet door en keert een half jaar later langs dezelfde weg gedesillusioneerd en zwanger terug, en geeft daar de duivel de schuld van. Dezelfde duivel in mensengedaante zegt dat ze liegt en geeft haar een klap in haar gezicht.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 84.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22