Hoofdtekst
Die .XXXI. cluchte.
Wy lesen van Sinte ANTHONIUS, des groten abts legende dat hi op eenen tijt totten duyvel seyde: 'Waerom tempteert ghi so den mensche ende brengt hem in groot lijden ende truericheyt?' Hi antwoorde: 'Ic doe 't somtijts, maer ick moet doen dat ick liever niet en dede. Deen mensche is des anderen duyvel ende plaecht hem etc.' Hi mocht wel waer gheseet hebben want menighe heeft sinen duyvel by hem in zijn bedde liggen. De vrouwen sijn des mans duvel, so is wederom die man der vrouwen duvel. Want voor een duvel can men hem segenen, maer voor een quaet wijf... God behoede ons voor dat quade leven.
Wy lesen van Sinte ANTHONIUS, des groten abts legende dat hi op eenen tijt totten duyvel seyde: 'Waerom tempteert ghi so den mensche ende brengt hem in groot lijden ende truericheyt?' Hi antwoorde: 'Ic doe 't somtijts, maer ick moet doen dat ick liever niet en dede. Deen mensche is des anderen duyvel ende plaecht hem etc.' Hi mocht wel waer gheseet hebben want menighe heeft sinen duyvel by hem in zijn bedde liggen. De vrouwen sijn des mans duvel, so is wederom die man der vrouwen duvel. Want voor een duvel can men hem segenen, maer voor een quaet wijf... God behoede ons voor dat quade leven.
Beschrijving
De heilige Anthonius vroeg de duivel eens waarom hij de mensen zo kwelt. De duivel antwoordt dat hij van veel meer beschuldigd wordt dan hij doet: de meeste mensen hebben hun duivel naast zich in bed liggen.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 85.
Naam Overig in Tekst
Anthonius   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
