Hoofdtekst
Die .XXXVI. cluchte.
Daer was een officier van een edelman, de over sommighe dorpen zommighe jaren geset was. Die consciëntie begost hem ende zijn huysvrouwe te wroegen, dat si in dien staet niet salich worden en costen. Si wouden de officie overgheven, want si hadden by haer selven ghenoch, dwelck si deden. Als si nu eenen lange tijt dat verlaten hadden, begosten si te dencken aen die vissen, wilbraet ende andere gaven dye sy creghen in haer officie, die si nu derven moesten. Ende begosten soe wederom om die selve officie te bidden ende het wert haer gegunt. Ende op een tijt eer hi dat officie ontfange hadde, reedt hi over 't velt ende het begost te donderen, haghelen ende te weerlichten. Ende die duyvel openbaerde hem in eender simmen ghedaente ende begrees hem ende seyde: 'Zijt willecom in onse landt, zijt wilcom, etc.' De goede man worde zeer vervaert, ende nam Gods waerschouwinghe aen, die hem door de simme verschenen was. Ende ghinck wederom achterwaerts ende en woude dat, noch gheen ander officie hebben.
Daer was een officier van een edelman, de over sommighe dorpen zommighe jaren geset was. Die consciëntie begost hem ende zijn huysvrouwe te wroegen, dat si in dien staet niet salich worden en costen. Si wouden de officie overgheven, want si hadden by haer selven ghenoch, dwelck si deden. Als si nu eenen lange tijt dat verlaten hadden, begosten si te dencken aen die vissen, wilbraet ende andere gaven dye sy creghen in haer officie, die si nu derven moesten. Ende begosten soe wederom om die selve officie te bidden ende het wert haer gegunt. Ende op een tijt eer hi dat officie ontfange hadde, reedt hi over 't velt ende het begost te donderen, haghelen ende te weerlichten. Ende die duyvel openbaerde hem in eender simmen ghedaente ende begrees hem ende seyde: 'Zijt willecom in onse landt, zijt wilcom, etc.' De goede man worde zeer vervaert, ende nam Gods waerschouwinghe aen, die hem door de simme verschenen was. Ende ghinck wederom achterwaerts ende en woude dat, noch gheen ander officie hebben.
Beschrijving
Een bewindvoerder realiseert zich dat hij met zijn baan moeilijk zalig kan worden en doet daarom afstand van zijn functie. Hij heeft genoeg. Enige tijd later echter missen hij en zijn vrouw de inkomsten en voorrechten, en de man solliciteert opnieuw naar de functie. Het wordt hem vergund. Als hij het land binnenrijdt, hagelt en bliksemt het, en wordt hij verwelkomd door de duivel in de gedaante van een aap. De man begrijpt de waarschuwing en keert terug.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 89.
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22