Hoofdtekst
Die .XLIIII. cluchte.
Twee boecvercoopers van PARIJS reysde in ENGHELANT. Ende daer waren sy in een herberghe ghelogeert daer eenen geest regneerde. Ende so si tsavonts goet sier ghemaect hadden ende vrolijck gheweest waren, so werden si daer af gewaerschout. Waer 't sake dat si den geest (GODEFROT- METTEN-LANGEN-TANDEN genoemt) te nacht hoorde, dat si niet verveert wesen en soude, want hi maecten veel gheluyt ende was ghedienstich in huys, maer hi en misdede nymanden niet. Dese cooplieden dit hoorende, maecten goet sier ende waren vrolijck. Ende ginghen tsavonts by malcanderen te bedde. Doen si te bedde waren ende die keerse uut was, so stack d'eene sinen blooten eers ten bedde uut ende liet eenen overluyen scheet, seggende: 'Dat is voor GOEDEFROT!' Doen creech hy eenen slach op sinen blooten eers, gelijck oft met een platte hant geslagen hadde geweest. Daerdoor vervaert sijnde, trocken si 't hooft onder ende dorfden niet een woort kicken.
Twee boecvercoopers van PARIJS reysde in ENGHELANT. Ende daer waren sy in een herberghe ghelogeert daer eenen geest regneerde. Ende so si tsavonts goet sier ghemaect hadden ende vrolijck gheweest waren, so werden si daer af gewaerschout. Waer 't sake dat si den geest (GODEFROT- METTEN-LANGEN-TANDEN genoemt) te nacht hoorde, dat si niet verveert wesen en soude, want hi maecten veel gheluyt ende was ghedienstich in huys, maer hi en misdede nymanden niet. Dese cooplieden dit hoorende, maecten goet sier ende waren vrolijck. Ende ginghen tsavonts by malcanderen te bedde. Doen si te bedde waren ende die keerse uut was, so stack d'eene sinen blooten eers ten bedde uut ende liet eenen overluyen scheet, seggende: 'Dat is voor GOEDEFROT!' Doen creech hy eenen slach op sinen blooten eers, gelijck oft met een platte hant geslagen hadde geweest. Daerdoor vervaert sijnde, trocken si 't hooft onder ende dorfden niet een woort kicken.
Beschrijving
Twee boekverkopers uit Parijs reisden door Engeland en logeerden daar in een herberg waarin een geest woonde. Nadat ze er die avond een vrolijke boel van gemaakt hadden, werden zij voor het slapen gaan voor het spook gewaarschuwd: Als ze de geest, Godfried met de Lange Tanden genaamd, 's nachts zouden horen, dat ze dan niet bang moesten zijn. Hij maakte wel een hoop lawaai, maar deed niemand kwaad. De kooplieden kropen bij elkaar in bed en doofden de nachtkaars. In het donker stak een van hen zijn blote kont uit bed, liet een daverende scheet en zei: 'Die is voor Godfried!' Daarop kreeg hij van een onzichtbare vlakke hand een enorme lel op zijn billen, en geschrokken gingen ze stilletjes met hun hoofd onder de dekens liggen.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron onbekend.
Naam Overig in Tekst
Godefroot met de Lange Tanden   
Godfried   
Naam Locatie in Tekst
Parijs   
Engeland   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
