Hoofdtekst
Die .XLVI. cluchte.
Te FLORENTS quam een tot eenen peerdtuyscher ende woude hem een peert af copen, dwelck hy XXVI ducaten loofde. Ende si maecten coop also dat hi X ducaten op de handt soude geven ende de ander XVI borghen. Dye peerdtuyscher seide: 'Neme 't,' ende sloech 't hem toe. Het was wel een maent ofte drye dat dese [g]ast metten gelde niet en quam. Die peerttuyscher quam tot hem ende eysten hem dat ghelt, die XVI ducaten. Dese antwoorde: 'lck beken 't dat ick se u schuldich ben.' Si quamen aen 't recht. Dese die woude by den coop blyven so hy verdingt hadde ende seide: 'lck heb dat peert om XXVI ducaten ghecocht ende heb hem X gegeven. Die rest soude ick hem schuldich blijven. Ende geve ick se hem nu, so en blijve ick se niet schuldich ende en blijve oock niet by mijnen verdinghe.'
Te FLORENTS quam een tot eenen peerdtuyscher ende woude hem een peert af copen, dwelck hy XXVI ducaten loofde. Ende si maecten coop also dat hi X ducaten op de handt soude geven ende de ander XVI borghen. Dye peerdtuyscher seide: 'Neme 't,' ende sloech 't hem toe. Het was wel een maent ofte drye dat dese [g]ast metten gelde niet en quam. Die peerttuyscher quam tot hem ende eysten hem dat ghelt, die XVI ducaten. Dese antwoorde: 'lck beken 't dat ick se u schuldich ben.' Si quamen aen 't recht. Dese die woude by den coop blyven so hy verdingt hadde ende seide: 'lck heb dat peert om XXVI ducaten ghecocht ende heb hem X gegeven. Die rest soude ick hem schuldich blijven. Ende geve ick se hem nu, so en blijve ick se niet schuldich ende en blijve oock niet by mijnen verdinghe.'
Beschrijving
In Florence gaat iemand naar een paardenhandelaar om een paard te kopen. Het paard moet 26 dukaten kosten. Afgesproken wordt dat hij 10 dukaten (aan)betaalt en dat hij de rest tegoed houdt. Drie maanden later vraagt de paardenkoopman waar het geld blijft. De koper erkent dat hij hem geld schuldig is, maar wil niet betalen. Er komt een rechtzaak van. De aangeklaagde verweert zich door te zeggen dat hij beloofd had dat hij de paardenhandelaar 16 dukaten schuldig zou zijn, dus als hij die zou betalen dan zou hij zijn belofte breken.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 110.
Naam Overig in Tekst
Florence   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
