Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT052

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .L. cluchte.

Het waren twee vrouwen in een wevers huys die spoelen wouden, de een was rijc, die ander arm. Ende die twee vrouwen worden oneens om een clouwen garens, yegelijck seyde dattet syn was. Si quamen metten anderen voor den rechter. Ende als hi die waerheyt ondersoecken woude, beriep hi eerst die rijckste ende vraechde haer heymelijck ende sprack: 'Waerop hebdy u garen ghewonden?' Si antworden: 'Op een wit doecxken.' Hi vraechde de arme. Si antworde: 'Op een cleyn steenkin.' Also geboodt die rechter dat men dat garen afwinden soude. Als 't nu afgewonden was, hoorden 't der armer vrouwen toe, want het was op een cleyn steenken gewonden. Aldus soude een rechter neerstich die waerheyt ondersoecken ende en soude niet haesten, gelijck veel rechters doen.

Beschrijving

Twee vrouwen krijgen in het huis van de wever ruzie over een kluwen garen. De zaak komt voor de rechter. Hij vraagt de ene vrouw die rijk is, waarop zij haar garen gewonden heeft. Op een wit doekje, zegt zij. Dan vraagt hij de andere vrouw die arm is, waarop zijn haar garen gewonden heeft. Op een steentje, zegt zij. Nu geeft de rechter opdracht de kluwen af te winden, en de arme vrouw krijgt gelijk, want er wordt een steentje gevonden. Zo zou elke rechter de waarheid moeten onderzoeken.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 114.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22