Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT053

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .LI. cluchte.

In 't jaer M vierhondert ende ses gheviel 't, als een coopman te FRANCFORT in die mert reysde, dat hem die male van den sadel ontviele, daer achthondert gulden in waren. Daer is een timmerman comen die de selve vonden heeft ende met hem thuys gedragen. Ende als hi thuys comen is, heeft hi de male op gedaen ende gesien wat daer in was. Ende hi heeft dat heymelijc onthouden ende oft iemant ware die daer na vraechde. Op den naesten sondach daerna heeft de prochiaen de male van den stoel gheëyscht: 'Daer syn achthondert gulden verloren ende dien die selve vonden heeft, sal men hondert gulden schencken als hy die weder gheeft.' Ende op die tijt en was die timmerman niet in der kercken gheweest, ende als men over tafel sadt, seyde syn huysvrouwe hoe dat achthondert gulden verloren waren. 'Ach,' seyde sy, 'hadden wy den sack vonden, dat wi de C gulden cryghen mochten!' De man seyde: 'Vrou, gaet op in onse camer, onder die bancke bi de tafel daer leet eenen leren sack, dien brengt hier.' De vrou ginc op ende haelden hem. Die man dede den sack op, doen waren daer die achthondert gulden in, gelijck de priester vercondicht hadde. Die timmerman ginc totten priester ende vraechden hem oft also waer, dat men eenen hondert guldens geven soude, dye 't gelt vonden hadde. Die priester seyde: 'Ja.' Doen seyde die timmerman: 'Segt den coopman dat hi come, 't gelt is daer.' Doen was die coopman vrolick ende quam. Nadat hi dat gelt getelt hadde, worp hi den timmerman V guldens toe ende sprack tot hem: 'Die vijf gulden schenck ic u, ghi hebt selver C gulden genomen ende u selven geloont, want daer syn negen hondert gulden geweest.' De timmerman sprac: ''t En is niet also. Ic en heb u noch eenen noch hondert gulden genomen.' Dat gelt worde den heeren in handen gegeven ende gingen metten anderen te rechte. Na veel dingdagen worde eenen dach geset dat men de vonnisse geven soude. Daer quamen veel vremde lieden die daer die uutspraken hooren wouden. Ende men vraechde den coopman oft hi wel eenen eedt soude dorven doen, dat hy daer neghenhondert ghulden gehadt hadde. De coopman antworde: 'Ja.' Doen seyde die rechter: 'Heft op ende sweert.' Die coopman swoer. Daernae vraechde die rechter den timmerman oft hy wel eenen eedt soude durven sweeren dat hi maer achthondert gulden daer in vonden en hadde. De timmerman seyde: 'Ja,' ende swoer oock eenen eedt. Doen wesen die rechters dat sy beyde recht gesworen hadden. Ende die coopman soude eenen soecken die negenhondert gulden vonden hadde: het en was dien sack niet ende en hadde geen recht litteecken geseet. Ende die timmerman soude dat gelt gebruyken totdat een quame die maer achthondert gulden verloren en hadde. Dat ordeel loefde yegelijck ende is oock te prijsen, want ontrouwe sloech haren eygenen meester.

Beschrijving

Een koopman reisde naar de markt van Frankfort en verloor onderweg een geldzak met achthonderd gulden. Een timmermanvond die zak en nam hem mee naar huis. Toen hij zag wat erin zat, verborg hij de zak en besloot hij af te wachten of er navraag naar gedaan zou worden. De volgende zondag wordt vanaf de preekstoel verkondigd dat de eerlijke vinder 100 gulden krijgt. De timmerman hoort dit van zijn vrouw, die erbij zegt: 'Vonden wij die zak maar dan kregen wij die 100 gulden!' De man laat zijn vrouw de zak met geld zien en vraagt de pastoor of het waar is van die 100 guldens vindersloon. Die bevestigt het. De koopman wordt ontboden. Hij telt het geld na - 800 guldens - geeft de timmerman 5 guldens en zegt dat die zijn loon zelf al uit de zak gehaald heeft, want er zaten 900 guldens in. De timmerman ontkent en de zaak komt voor de rechter. Desgevraagd doet de koopman er een eed op dat er 900 guldens in zijn zak zaten, en de timmerman doet er een eed op dat er 800 guldens zaten in de zak die hij vond. De uitspraak van de rechter luidt dat in dat geval de timmerman niet de zak van de koopman gevonden heeft, en dat de koopman op zoek moet gaan naar iemand die een zak met 900 guldens gevonden heeft, en dat de timmerman de zak met geld behouden mag tot er iemand komt die een zak met 800 guldens verloren is. Iedereen prees het vonnis.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 115.

Naam Locatie in Tekst

Frankfort    Frankfort   

Frankfurt    Frankfurt   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22