Hoofdtekst
Die .LIIII. cluchte.
Die rechters souden ghedencken des coninckx CAMBYSES dye eenen rechter villen lyet die valsch gheordeelt hadde. Ende liet dat vel uuitbereyden ende over den rechter stoel spannen daer gewoonlijck dye rechter op sadt. Ende hi setten des selven rechters sone daer op, dat hi zyns vaders gedencken soude ende recht oordelen.
Die rechters souden ghedencken des coninckx CAMBYSES dye eenen rechter villen lyet die valsch gheordeelt hadde. Ende liet dat vel uuitbereyden ende over den rechter stoel spannen daer gewoonlijck dye rechter op sadt. Ende hi setten des selven rechters sone daer op, dat hi zyns vaders gedencken soude ende recht oordelen.
Beschrijving
Rechters zouden moeten denken aan koning Cambyses die een rechter liet villen die vals geoordeeld had, en het vel drapeerde over de rechtersstoel, waarop hij de zoon van de gevilde rechter zette in de hoop dat hij, denkend aan zijn vader, wél rechtvaardig zou vonnissen.
Bron
H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.
Commentaar
1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 118.
Naam Overig in Tekst
Cambyses.   
Datum Invoer
2013-03-01 14:46:22
