Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT067

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .LXV. cluchte.

TERENTIUS seet: 'Nurus et socrus semper odere una.' Alle soens wijfs haten hare mans moeders, haer swagherin, maer daer twee broeders wijfs by den anderen sijn, daer en is nymmermeer vrede. Ic lese hoe dat drye broeders in een dorp, ende yeghelijck met sijn wijf t'samen huys hielden. Het gheviel eens op eenen tijt dat veel heylighe daghen waren, seyde die outste broeder totten wijfs: 'lck ende mijn broeder willen ten acker gaen. Ende haer vrouwen sullen backen, dat wy dese heylich daghen broot hebben. Ende als ons joncste broeder ghegeeten heeft, so sal hy ons volghen.' Die twee ghingen metten anderen wech. Die vrouwen keven metten anderen. Dye eene seyde: 'Ic heb laest gebacken, daerom bact ghy nu.' Dese antworde: 'Wildy nyet backen, soe muecht ghij 't laten.' Ende hoerden den anderen. Dye broeder die noch thuys was worde vast gram ende nam eenen stock ende sloech sijn vrouwe ten eersten ende daerna dye ander twee oock. Ende ginck daerna ten acker ende seyde 't sinen broeders ende vreesde dat si gram worden souden. Sy seyden: 'Ghi hebt recht gedaen.' Doen sprac die outste broeder: 'Ic wil thuys gaen ende is 't dat si noch kijven, soe wil ic oock alsoe doen.' Hi dee 't ende sloech se alle drye ende quam weder ten acker. Die derde ginck thuys ende dede ooc also. Also wert elcke vrou dri mael geslagen. Ende de een sat hier ende d'ander daer in eenen hoeck en creet. Een van dryen seyde: 'Dat ons dye amacht steke! Wat syn wy voor wijfs dat geene den anderen yet te vooren doen en wilt. Ende moeten 't noch ten laetsten doen ende daer toe gheslaghen syn. Ende die mans die doen ons recht.' Ende seyde tot haer: 'Vergheeft d'een den anderen ende laet ons malcanderen helpen backen.' Dye ander seyde: 'Ghi segt voorwaer dye waerheyt.' Ende dye derde oock alsoe. Ende also sloegen si een vreedmaeltijt aen ende biecken struyven ende coecxkens ende aten metten anderen. Ende was al terstont gecoect eer dat die mans quamen. Ende ontstaken dat beste vat ende waren vrolijck metten anderen eer die mans quamen. Die een broeder seyde totten anderen tweën: 'Lieve broeders, wy hebben onse vrouwen geslagen, si en sullen ons niet coken. Ick soude raden dat wi vroech thuys ghinghen ende selve coecten, hadden sy 's niet gedaen.' Het behaechden haer. Ende ginghen luisteren aen die duere hoe si huys hielden. Ende si vonden haer over tafel sitten ende goede chier maken. Doen seyden die broeders: 'Eet ghy de vreedmaeltijt metten anderen, so willen wi ooc eens met u eeten.' Ende begosten eerst recht goede cier te maken. Soden ende brieden ende haelden al dat si crijgen costen ende aten so die mans ende vrouwen metten anderen. Ende daerna en worden sy 's niet meer oneens. Also oock als een menscen weet dat hi yet doen moet, so stelle 'r hem toe. Ghelijck FRANCISCUS PETRARCHA seet: 'Si non vis cogi, volens facito'. Wildy niet ghedwongen worden, so doe ghe 't geerne.

Beschrijving

Drie gehuwde broers besloten samen op het land te gaan werken, en de schoonzussen moeten ondertussen gezamenlijk het eten klaarmaken. Natuurlijk kunnen de schoonzussen niet met elkaar overweg en de een weigert voor de ander te werken. De jongste broer geeft de ruziënde vrouwen er alle drie met de stok van langs, voegt zich bij zijn broers en vertelt hen wat hij gedaan heeft. Ook de andere broers gaan terug naar huis en geven de vrouwen ervan langs. Na drie keer slaag te hebben gekregen komen de schoonzussen tot inkeer, werken samen en koken vrolijk een feestmaal. Omdat de broers er rekening mee houden dat de mishandelde vrouwen in kookstaking gegaan zijn, houden zij eerder op met werken. Maar thuisgekomen zien zij de schoonzusters in grote harmonie bijeen. Zij sluiten zich daarbij aan en het werd heel gezellig. Moraal: als er iets is dat je doen moet, doe het met plezier!

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 133.

Naam Overig in Tekst

Terentius    Terentius   

Petrarca    Petrarca   

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22