Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT074

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .LXXII. cluchte.

Een vrouwe betoonde haer vriendelijck tegen haren man ende seyde hem dat si liever sterven soude dan hem verliesen: 'Want ic en soude u doot niet connen lyden.' De man dachte: 'Ick woude gheerne eens sien hoe si haer voor den lieden stellen soude, waer 't dat ick doot ware, met clagen, weenen ende met huylen, ghelijck dan des wijfs aert is, ende en gaet doch hen niet ter herten.' Op eenen tijt hadde si alleen gewasschen, dattet thien uren worden eer si eten gingen. Ende als hi haer sach comen, leyde hy hem in de stove op den rugghe ende strecte zijn handen van hem, ghelijck oft hi doot ware, ende hielt den adem in. Doen die vrouwe in die stove quam, verschroc sy seer ende sprack hem toe, maer hi en woude gheen antwoordt geven. Si lede die handen op dat herte, maer si vielen hem weder af, alsoft si geraect waren. Si meynde hi ware onversiens ghestorven. Die vrouwe dacht in haer selven: 'Wat sul dy doen? Suldy een schrey maken, so syt ghi noch nat, ende en hebt noch niet geten.' Die vrouwe trock droege cleederen aen ende bieck een pan met eyeren, die adt sy uut, ende een stuck ghesoutens vleesch, dat des avents overbleven was. Ende als die vrouwe nu gheeten hadde, begost haer te dorsten. Ende ghinck in den kelder om wijn te tappen, maer eer die canne vol was, clopte men hatelijcken aen die huysduere, also dat sy geenen tijt en hadde te drincken. Ende liep ras uuten kelder en sette dat canneken metten wijn op die trappen ende dede die duere op. Doen was huer ghebuer daer ende seyde: 'Wat bediede 't dat ghi die duere also vast besluytet, ick duchte dat u yet ghebrake.' Doen begost die vrouwe te weenen ende sprack huer man waer onversiens gestorven. Andere gebueren liepen oock daer toe, also dat haerder wel XX bij den anderen quamen. Ende stonden soe al om den dooden man ende yegelijck seyde dat zijn daer toe. De goede vrou seyde: 'O lieve man, hoe is 't met mi so qualijck vergaen. Wat sal ick gaen beghinnen?' ende wranc hare handen. Die man dachte: 'Het is genoch geschimpt,' ende rechte hem op ende sprack: 'Vrou, ghi hebt geten, so en is u niet meer van noode dan dat ghi eens drinct. Ghi hebt toch die pinte wijns op die keldertrappen geset, also leet was 't u.' Die gebueren worden vrolijck. Doen was die man gewaer worden hoe haer zijn vrouwe na synen doot ghehouden hadde.

Beschrijving

Een vrouw zei zoveel van haar man te houden dat zij liever dood zou gaan dan hem verliezen. De man wilde haar uitspraak verifiëren want hij nam het niet serieus. Op een dag dat zijn vrouw de was deed en het al tien uur was en ze hadden nog niet gegeten ging hij zogenaamd dood in de kamer op de grond liggen. Toen zijn vrouw de kamer binnenkwam en zag liggen dacht zij echt dat hij dood was, maar zij raakte - heel anders dan de man veronderstelde - niet in paniek. Eerst maakte zij zich een maaltijd en toen ze naar de kelder ging om wat te drinken te halen, werd er door de buurvrouw op de deur geklopt: die maakte zich zorgen dat het huis nog altijd dicht was. Toen vertelde zij de buurvrouw dat haar man dood was en lichtte ook de buren in. Even later stond er een man of 20 om het 'lijk' en vond de schijndode het tijd een eind aan de vertoning te maken. Iedereen blij, en de man wist nu hoe zijn vrouw zich na zijn 'dood' gedragen had.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 144.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22