Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT079

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .LXXVII. cluchte.

Een out wijf ghinc des morgens vroech ter kercken. Doen quam haer een priester teghen, doen maecte si veel cruicen voor haer. Die priester seyde: 'Waerom seeghent gy u also voor my, ic en ben toch geenen duvel?' Die vrouwe antwoorde: 'Het en heeft mi noyt ghefaelgeert: als my des morghens vroech een priester teghen quam, my en is dien selven dach eenyghen rampspoet ghesciet.' Die priester seyde: 'Soe en moet u huyden ooc niet faelgeren,' ende nam se metten hare ende trac se in 't slijc. Ende seyde: 'Hout dat totdat ghi mi meer crijcht ende u geschiede na uwen gheloove.'

Beschrijving

Een oude vrouw ging 's morgens vroeg naar de kerk. Toen zij onderweg een priester tegenkwam, sloeg ze een groot aantal kruistekens. De priester zei: Waarom slaat u zoveel kruistekens? Ik ben de duivel niet! De vrouw antwoordde: altijd als ik 's ochtends een priester tegenkom, overkomt me diezelfde dag iets naars. Dat moet vandaag dan ook maar gebeuren, zegt de priester, en hij gooit haar op de grond in de modder.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 151.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22