Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CLUCHT131

Een mop (kluchtboek), 1554

Hoofdtekst

Die .CXXIX. cluchte.

Een coninck had een ordinantie gemaect in zijn landt dat hi dye overspeelders allebeyde de ooghen uut stack. Ende daer weerden veel mans ende vrouwen blint. Op eenen tijt gheviel 't dat des conincx soon ooc in overspel bevonden werde. Ende die coninck woude hem straffen gelijc eenen anderen, maer die raet ende dat volck baden voor hem. Die coninc en woude 's niet doen, maer si baden hem soe veele dat si hem noch vermorweden. Doen seyde die coninck: 'Welaen, opdat niemant gheërgert en worde ende dat mandaet niet vermindert en worde, so sal men den soone een ooghe uutsteken ende mi ooc een.' Dat was een oprecht heer.

Beschrijving

Een koning had bepaald dat bij iedereen die overspel pleegde beide ogen uitgestoken werd. De zoon van de koning werd ook eens schuldig bevonden van overspel. Overgehaald door de raad en het volk, besloot de koning een oog bij zijn zoon te laten uitsteken, en een bij zichzelf.

Bron

H. Pleij, J. van Grinsven, D. Schouten & F. van Thijn: Een Nyeuwe Clucht Boeck. Een zestiende-eeuwse anekdotenverzameling. Muiderberg 1983.

Commentaar

1554
Bron: Pauli, Schimpf und Ernst 226.

Datum Invoer

2013-03-01 14:46:22